€ 26,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Verkozen - Lupos academie 1

Lupos academie 1

M. Bierenbroodspot • Boek • paperback

  • Samenvatting
    In een wereld waar de nachten toebehoren aan monsters en geen mens ooit écht veilig is, doet Esmee haar best onzichtbaar te blijven.



    Elk jaar komt Keuzedag dichterbij – de dag waarop de wolven hun prooi kiezen. Tenminste, dat is wat wij mensen denken.

    En elk jaar houd ik mijn adem in, doodsbang dat mijn beste vriendin wordt gekozen. Want als iemand opvalt, dan is zij het wel. Ik? Mij zouden ze nooit willen. Dacht ik. Tot ik zelf werd verkozen. Door een alfa notabene.



    Sindsdien is niets meer zoals het was. Ik overleefde de beet. De transformatie. En nu ben ik iets geworden wat in honderden jaren niet meer heeft bestaan: een Luna. Terwijl ik nog probeer te begrijpen wat er met me is gebeurd, ontdek ik dat de wolven waar wij altijd bang voor waren nog maar het begin zijn. De echte monsters zijn zoveel erger. En alsof dat nog niet genoeg is…

    Blijk ik de reïncarnatie te zijn van de dode geliefde van de toekomstige alfa. Alleen... ik herinner me er niets van.



    En Deamon? Die kan wat mij betreft de pot op.

    Toch?



    Welkom op de Lupus Academie.

    Hier begint de nachtmerrie pas echt.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 362
    Uitgeverij : fantasy publishing
    ISBN : 9789465116631
    Datum publicatie : 03-2025
  • Inhoudsopgave
    In een wereld waar de nachten toebehoren aan monsters en geen mens ooit écht veilig is, doet Esmee haar best onzichtbaar te blijven.



    Elk jaar komt Keuzedag dichterbij – de dag waarop de wolven hun prooi kiezen. Tenminste, dat is wat wij mensen denken.

    En elk jaar houd ik mijn adem in, doodsbang dat mijn beste vriendin wordt gekozen. Want als iemand opvalt, dan is zij het wel. Ik? Mij zouden ze nooit willen. Dacht ik. Tot ik zelf werd verkozen. Door een alfa notabene.



    Sindsdien is niets meer zoals het was. Ik overleefde de beet. De transformatie. En nu ben ik iets geworden wat in honderden jaren niet meer heeft bestaan: een Luna. Terwijl ik nog probeer te begrijpen wat er met me is gebeurd, ontdek ik dat de wolven waar wij altijd bang voor waren nog maar het begin zijn. De echte monsters zijn zoveel erger. En alsof dat nog niet genoeg is…

    Blijk ik de reïncarnatie te zijn van de dode geliefde van de toekomstige alfa. Alleen... ik herinner me er niets van.



    En Deamon? Die kan wat mij betreft de pot op.

    Toch?



    Welkom op de Lupus Academie.

    Hier begint de nachtmerrie pas echt.
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 26,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar



3-4 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

 ‘Nou, dat ging inderdaad weer lekker, grote broer.’
 Ik verstijfde.
 Die stem. Ik herkende haar.
 Langzaam draaide ik me om en daar stond ze. Cara. Ze was nauwelijks veranderd – haar postuur nog even slank en krachtig, haar ogen nog altijd die opvallende paarsgrijze kleur die je nergens anders zag. Maar er lag nu iets anders in haar blik, iets zwaars. Verdriet, misschien. Of verlies.
 Mijn adem stokte in mijn keel.
 Naast haar stond een oudere vrouw met scherpe jukbeenderen en helderblauwe ogen die niets van hun intensiteit verloren hadden met de jaren. Aan haar houding zag je dat ze hier de scepter zwaaide, of op z’n minst gerespecteerd werd. En bij haar stonden nog twee jonge meisjes, met verwilderde haren en modderige voeten, die zonder aarzelen op Deamon afstormden en zich in zijn armen wierpen.
 Maar ik kon alleen nog maar naar Cara kijken.
 Haar ademhaling versnelde. Haar lippen begonnen te trillen en haar ogen vulden zich met tranen.
 Mijn wolf bewoog als eerste.
 Een drang trok door mijn borst, een soort diepgeworteld weten. Ik moest haar troosten. Mijn benen zetten zich al in beweging, één stap naar voren.
 Maar Esmee – de menselijke, twijfelende ik – hield me tegen. De twijfel schuurde. Ik kende haar niet. Ik hoorde hier niet. En toch…
 Deamon kwam naast me staan en zijn stem klonk zacht maar helder:
 ‘Allemaal… dit is Esmee.’
 Hij keek naar mij.
 ‘Esmee, dit is mijn familie.’
 De oudere vrouw glimlachte alsof ze me al jaren kende.
 ‘Welkom, liefje. Kom, je zult wel honger hebben. Ik heb gekookt.’
 En voor ik er erg in had, hoorde ik mezelf fluisteren – zonder na te denken, puur op gevoel:
 ‘Mogen de goden ons bijstaan.’
 Op hetzelfde moment, exact dezelfde seconde, zei Cara precies hetzelfde.
 Onze blikken haakten zich in elkaar vast alsof er een draad tussen ons gespannen stond, strak en trillend. En toen… brak ik.
 Tranen gutsen over mijn wangen terwijl ik naar voren rende. Cara bewoog op hetzelfde moment. We vlogen in elkaars armen, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Alsof we dit al duizend keer gedaan hadden. Onze lichamen schokten van het huilen, van het niet-begrijpen en toch weten.
 Niets aan dit alles was logisch.
 Maar in haar omhelzing voelde ik iets wat ik nog nooit eerder had gevoeld. Niet bij Deamon. Niet bij oma. Zelfs niet bij Kayle. Cara raakte iets in me aan waarvan ik niet wist dat het er zat – iets wat ik gemist had zonder dat ik wist dat het ontbrak.
 Alsof een leegte eindelijk een naam kreeg.

 ‘Ik weet dat jij het niet bent. Niet helemaal,’ fluisterde Cara terwijl ze haar gezicht in mijn nek verborg. ‘Maar ik heb je zó gemist.’
 Ik slikte. Mijn keel voelde dik, rauw.
 ‘Het klinkt misschien stom,’ fluisterde ik terug, mijn stem nauwelijks hoorbaar, ‘maar ik heb jou ook gemist… ook al heb ik geen idee wat ik precies gemist heb.’
 We lieten elkaar los, langzaam, alsof we bang waren iets te breken. Onze blikken kruisten, we hielden elkaars ogen even vast – en toen barstten we ineens allebei in lachen uit. Het soort lach dat je niet tegen kunt houden, ook al snap je niet eens waarom je lacht. Tranen liepen nog steeds over mijn wangen terwijl ik mijn buik vasthield.
 ‘Dit is het raarste dat ik ooit heb meegemaakt,’ snikte Cara terwijl ze met de rug van haar hand haar ogen droogde.
 Ik knikte, nog nahikkend.
 ‘Niet het raarste wat ik meegemaakt heb, maar het staat zeker in m’n top tien.’
 Ze grijnsde en stak haar hand naar me uit, alsof ze alles even wilde normaliseren.
 ‘Beetje onnodig na net, maar… ik ben Cara.’
 Ik pakte haar hand en schudde die.
 ‘Esmee,’ zei ik zacht.
 Toen draaide ik me langzaam om naar Deamon. Hij stond een paar passen verder, alsof hij ons expres wat ruimte had gegeven. Zijn gezicht was half in de schaduw, maar ik zag de glinstering in zijn ogen.
 Ik schraapte mijn keel.
 ‘Sorry.’
 Maar hij schudde zijn hoofd nog voor ik verder kon praten.
 ‘Ik…’ begon hij. Zijn stem klonk vreemd, gebroken haast. Hij haalde een paar keer diep adem, alsof hij zijn emoties letterlijk weg probeerde te ademen. ‘Ik heb even tijd voor mezelf nodig.’
 Ik knikte langzaam.
 ‘Ik begrijp het.’
 En ik meende het. Ik voelde het. Die leegte in hem. De verwarring. De pijn. Afgewezen worden, niet omdat iemand je haat, maar omdat je niet bent wie ze nodig hebben – dat was misschien nog erger. En ik had hem keer op keer weggeduwd. Mijn boosheid op hem afgereageerd. Mijn verwarring. En ondertussen had ik zijn zus, die ik zogenaamd niet kende, omhelsd alsof ze thuiskomen was.
 Dat moest zeer doen.
 Hij tilde de twee kleine meisjes op, drukte zijn gezicht even tegen hun haren aan, en zette ze toen zacht terug op de grond. Daarna veranderde hij geruisloos in zijn wolvengedaante. Zijn rode ogen vingen nog net het licht van de ochtendzon.
 Ik ben niet lang weg, hoorde ik zijn stem in mijn hoofd.
 Neem je tijd, dacht ik terug. En Deamon…
 Hij wachtte, stond stil in de schaduw van de bomen.
 Het spijt me dat jij het niet was.
 Hij keek me nog één keer aan. Er lag iets zachts in zijn ogen. Iets ouds. Iets wat pijn deed om te zien.
 Mij ook, antwoordde hij.
 En toen sprong hij het bos in, zijn lichaam vloeibaar in beweging, en verdween tussen de bomen. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen