Inhoudsopgave
- De hoofdstukken
Dit boek gaat over de ontwikkeling van de menselijke intelligentie en de impliciete stelling dat als kennis tekortschiet, als men het niet meer weet, gemakkelijk wordt teruggevallen op de oorspronkelijk meegegeven overlevingsinstincten. De recente opkomst van radicaalrechts is zo een dergelijke terugval.
In de media en TV praatprogramma’s gaat het meestal over de uitwassen. Het zijn beschrijvingen dan wel getuigenissen van het populisme. Aan het ‘doen’ gaat ‘denken’ vooraf. Als we begrijpen waar dat irrationeel gedrag als populisme vandaan komt, zouden we er ook iets aan kunnen doen.
Hoofdstuk 1: ‘Tijd en Plaats’ beschrijft hoe de naoorlogse zuilensamenleving ongemerkt overgaat in het neoliberalisme. Velen zullen de verandering van solidariteit naar individualisme herkennen.
Hoofdstuk 2: ‘Voortschrijdend Inzicht’ gaat over de vraag of een op groei gebaseerde economie oneindig kan blijven doorgaan. Dat illustreert gelijk al waar het in de klimaatdiscussie misgaat: kortzichtigheid tegenover een langetermijnvisie. Gaan we af op onze instincten of waarderen we de verworven kennis?
Hoofdstuk 3: ‘Waarom mensen denken: evolutie’ is een opfrislesje. Het principe van de 'survival of the fittest’ herbergt een tweeledige doelgerichtheid. Dat is het dagelijks overleven, maar ook het voortbestaan van de soort is in het geding. Bij mensen ging het niet om een fysieke aanpassing, maar om een intellectuele mutatie. Voorzien van een geheugen en een mate van intelligentie, wist de mens de afhankelijkheid van de natuur te doorbreken. De overlevingskansen werden aanzienlijk verbeterd en daarmee ook het voortbestaan op de lange termijn. In het neoliberalisme dreigt de mensheid slachtoffer te worden van zijn eigen succes.
Hoofdstuk 4: ‘Intellectuele Omslagmomenten’ laat zien hoe ten aanzien van het korte termijn dagelijks overleven en het lange termijn voortbestaan een drietal gebeurtenissen het denken en doen hebben veranderd. Na de landbouwrevolutie, zo’n 10.000 jaar geleden, hoefden mensen, van nature migranten, niet meer achter hun voedsel aan te gaan. Een tweede omslagmoment is het verschijnsel van de (monotheïstische) religies. Door een gedeelde zingeving en regelgeving kunnen meer mensen op die ene plek samenleven, ook onbekenden kunnen nu worden vertrouwd. Het derde omslagmoment is de periode van de Verlichting en de introductie van democratie. Burgers hebben nu de mogelijkheid van zelfbestuur. Maar democratie stelt eisen: samenwerking, solidariteit, participatie en kennis, zaken die niet worden meegegeven, maar alsnog moeten worden geleerd.
Hoofdstuk 5: ‘Hoe mensen denken: beïnvloeding’. Hoe wordt het bij de geboorte nog lege brein gevuld? Mensen blijken kwetsbaar voor beïnvloeding en zijn in extreme gevallen tot gruweldaden in staat. Ook u en ik.
Hoofdstuk 6: ‘Hoe mensen doen: neoliberalisme’. Het neoliberalisme is gebaseerd op groei en door de beperkingen van de aarde uiteindelijk zelfdestructief. Het plakken van pleisters zal op den duur niet meer helpen. De in het neoliberalisme aangekweekte hebzucht leidt tot permanente ontevredenheid en dat is een voedingsbodem voor het populisme. In toenemende mate wordt de democratie misbruikt om een eigen belang door te drukken.
Hoofdstuk 7: ‘Terugval op instincten’. De eerste zes hoofdstukken zijn een (soms lange) aanloop naar waar het in dit boek om gaat. Onze tijd eist vaardigheden die we van nature niet hebben. Problemen ontstaan wanneer opvoeding en onderwijs tekortschieten, dan wordt gemakkelijk teruggevallen op primitief gedrag. Het is geen open deur als ik zeg dat in het populisme de overlevingsinstincten samenkomen: het sociaal darwinisme, de kortetermijnvisie, planloosheid, normloosheid, een angst voor vreemden en het vreemde, gebrek aan empathie, territoriumdrang, de mens als ‘vluchtdier’ en het mannelijk testosteron als katalysator.
Hoofdstuk 8: ’Vierde Intellectuele Omslagmoment’. Voor alles wat we denken en doen, dient een inschatting van de gevolgen op de lange termijn te worden gemaakt. Te denken valt aan termijnen van honderden jaren, wellicht zelfs langer. Het menselijk voortbestaan is in het geding. Hier ligt een taak voor opvoeding en onderwijs.
De laatste alinea in dit laatste hoofdstuk, ‘de noodzakelijkheid van burgerschapsonderwijs’ mag worden gelezen als een manifest. Het is een oproep voor een upgrade van het burgerschapsonderwijs. Het is een pleidooi voor een Vierde Intellectueel Omslagmoment gericht op het op de langetermijn samenleven met anderen. Het voortbestaan van de mensheid is in het geding.
Na de hoofdstukken zijn er ter ondersteuning en aanvulling Verwijzingen opgenomen. Deze verwijzingen zijn ook heel goed afzonderlijk te lezen. Ze geven inzicht in de denkwijze en de opbouw.
Een laatste opmerking. Diverse knipsels, aantekeningen en cursussen hebben geleid tot dit boek. Het was een denkproces van jaren en dat is de reden dat zo nu en dan ter verduidelijking en ondersteuning er gebeurtenissen en cijfers uit het verleden worden aangehaald. Voor zover deze nog van toepassing zijn en geen afbreuk doen aan mijn relaas, heb ik ze laten staan.
Veel leesplezier!
Ybo van den Beukel