€ 49,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Wat is geld? Wat is rijkdom?

Adam Smith en Turgot, leiders in de zoektocht naar maatschappelijke welvaart en welzijn

Thurlings • Boek • hardback

  • Samenvatting
    Wat is geld? Wat is rijkdom?
    Adam Smith en Turgot, leiders in de zoektocht naar maatschappelijke welvaart en welzijn

    Dit boek voert de lezer terug naar de begintijd van wat nu de economische wetenschap heet. In de achttiende eeuw bogen denkers als Anne Robert Jacques Turgot en Adam Smith, in navolging van de aanzetten van vele anderen, zich over dezelfde vragen die ons vandaag bezighouden: handelsoorlogen en importtarieven, inflatie en staatsmacht, belastingdruk, armoede en rijkdom. Hun zoektocht naar de fundamenten van welvaart en welzijn legde de basis voor het economische denken dat nog altijd onze wereld vormgeeft.
    Professor Th. L. M. Thurlings, destijds hoogleraar Staatshuishoudkunde aan de Landbouw Hogeschool Wageningen en voorzitter van de Eerste Kamer, schreef deze diepgravende studie in de jaren zeventig. Oorspronkelijk verscheen het werk in kleine kring, zonder ruchtbaarheid. Het was een erudiete, historische verhandeling — rijk aan bronnen, citaten en verwijzingen — bedoeld voor academisch gevormde lezers.
    Nu, bijna vijftig jaar later, verschijnt deze studie in een nieuwe, toegankelijke uitgave. Citaten zijn vertaald, tijdgenoten van Turgot krijgen een gezicht, en illustraties brengen de achttiende eeuw tot leven. Wat gebleven is, is de kern: een meeslepende intellectuele geschiedenis van het moment waarop economie een zelfstandige wetenschap werd.
    Dit is geen leerboek economie, maar een geschiedenis van ideeën. Een boek voor iedereen die zich afvraagt hoe onze economische orde is ontstaan — en of het ook anders kan. Want wie begrijpt waar onze denkbeelden over geld en rijkdom vandaan komen, kijkt met andere ogen naar de vragen van vandaag.
  • Productinformatie
    Binding : Hardback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 155mm x 235mm
    Aantal pagina's : 536
    Uitgeverij : Thurlings
    ISBN : 9789081833059
    Datum publicatie : 03-2026
  • Inhoudsopgave
    INLEIDING

    1. SCHETS VAN DE ONTWIKKELING VAN DE ECONOMISCHE WETEN-SCHAP TOT HET BEGIN VAN DE 18e EEUW
    1.1 Aristoteles' Politeia en Ethica (9)
    1.2 De Scholastieke moraal-theologie (13)
    1.3 Nicolaas Oresmus: Begin van verzelfstandiging der theorie van het geldwezen (21)
    1.4 De emancipatie van een wetenschap: Jean Bodin en het infla-tieverschijnsel (25)
    1.5 Antonio Serra: Het vraagstuk van de geldschaarste; begin van het Mercantilisme (31)
    1.6 De ontwikkeling van het Mercantilisme (38)
    1.7 De bijdrage der Mercantilisten tot de ontwikkeling van de theorie (45)
    1.7.1 Wat is rijkdom, wealth, richesse? (45)
    1.7.2 Hoe kan men de rijkdom vergroten? (46)
    1.7.3 Het gevaar van de verstoring van de kringloop (48)
    1.7.4 Interest (51)
    1.7.5 Arbeidsloon en bevolkingspolitiek (53)
    1.7.6 De behoefte aan statistiek (53)
    1.7.7 Belastingheffing en belastingpolitiek (54)
    1.8 William Petty: de grondlegger van de economische statistiek (57)
    1.9 De Kameralistiek (61)
    1.10 Vauban en Boisguillebert: Fiscale hervorming en liberali-satie van de graanhandel ten behoeve van de volkswelvaart en de rijkdom van de koning (64)
    1.10.1 Lodewijk XIV en de armoede van Frankrijk (64)
    1.10.2 Vauban (65)
    1.10.3 Boisguillebert (68)
    1.11 John Law; Geldschepping in dienst van de welvaart (74)


    2. RICHARD CANTILLON (79)
    2.1 De persoon van Richard Cantillon (1685?-1734) (79)
    2.2 Cantillon en John Law (81)
    2.3 Is Cantillon de schrijver van het `Essai sur la Nature du Commerce en Général'? (89)
    2.4 Het karakter van het `Essai' (95)
    2.5 Schets van de inhoud van deel I van het `Essai' (99)
    2.6 Schets van de inhoud van deel II van het `Essai' (112)
    2.6.1 Schatting van de grootte van de benodigde maat-schappelijke geldvoorraad (112)
    2.6.2 Verklaring van de ruimtelijke verschillen in geld-schaarste (115)
    2.6.3 Oorzaken en gevolgen van veranderingen van de geldcirculatie (117)
    2.6.4 Verklaring van de interest (120)
    2.7 Schets van de inhoud van deel III van het `Essai' (123)
    2.7.1 Het nut van internationale handel (123)
    2.7.2 Analyse van het internationale betalingsverkeer (125)
    2.7.3 De problemen van de dubbele standaard (127)
    2.7.4 Re- en devaluaties van de munt (128)
    2.7.5 De functies van het bankwezen (129)
    2.8 Slotwoord (131)


    3. DAVID HUME (135)
    3.1 De `Verlichting' (135)
    3.2 Levensloop van David Hume (1711-1776) (139)
    3.3 De eenheid van filosofie, psychologie en economie bij Hume (150)
    3.4 De `Essays Moral and political' (154)
    3.5 De `Political Discourses' (157)
    3.6 De economische opstellen van David Hume (161)
    3.6.1 Aard van dit deel der `Political Discourses' (161)
    3.6.2 `Of commerce' (161)
    3.6.3 `Of Luxury' (165)
    3.6.4 `Of Money' (168)
    3.6.5 `Of lnterest' (172)
    3.6.6 `Of the Balance of Trade' (174)
    3.6.7 `Of the Jealousy of Trade' (176)
    3.6.8 `Of Taxes' (181)
    3.6.9 `Of public credit' (182)
    3.7 Terugblik (184)


    4. FRANKRIJK OMSTREEKS HET MIDDEN VAN DE 18e EEUW, DE SCHOOL VAN GOURNAY (187)
    4.1 Hoe de economische wetenschap burgerrecht verwierf (187)
    4.2 Frankrijk rond l750 (189)
    4.3 Parijs in de `Eeuw van de Rede' (202)
    4.4 De school van Gournay (206)


    5. DE PHYSIOCRATEN (217)
    5.1 De betekenis van de landbouw in het proces van economische ontwikkeling (217)
    5.2 De geschiedenis van de Physiocratische school (223)
    5.2.1 De persoon van François Quesnay (223)
    5.2.2 De invloed van Boisguillebert en Cantillon op Quesnay (224)
    5.2.3 Quesnay's bijdragen tot de Encyclopédie (225)
    5.2.4 Het verbond met Mirabeau (228)
    5.2.5 Een periode van retraite,1760-1763 (240)
    5.2.6 Het begin van de bloeitijd van de beweging, 1763 (242)
    5.2.7 De overgang van economie naar filosofie (245)
    5.2.8 Tanende roem en verval (249)
    5.3 Nadere beschouwing van de economische theorie der physio-craten (253)
    5.3.1 Het begrip productie (253)
    5.3.2 De productiefactoren (255)
    5.3.3 Het begrip `produit net' (257)
    5.3.4 De `Ordre Naturel' (258)
    5.3.5 Het markt mechanisme (259)
    5.4 Nadere beschouwing van het `Tableau Économique' (261)
    5.4.1 Het karakter van het Tableau (261)
    5.4.2 Weergave van het `Tableau Économique' (263)
    5.4.3 De `Analyse du Tableau Économique' (268)


    6. TURGOT (273)
    6.1 Turgot en de physiocraten (273)
    6.2 Jeugd en jongelingsjaren van Turgot (1727-1751) (282)
    6.3 Turgot, ambtenaar bij het Parlement van Parijs (1751-1761) (288)
    6.4 Turgot als Intendant van de `Géneralité de Limoges' (1761-1774) (295)
    6.5 De `Réflexions sur la Formation et la Distribution des Ri-chesses' (300)
    6.5.1 De lotgevallen van de tekst (300)
    6.5.2 Verklaring van de titel der `Réflexions' (302)
    6.5.3 Korte inhoud van de `Réflexions (304)
    6.5.4 Het productiebegrip bij Turgot (308)
    6.5.5 De productiefactoren (310)
    6.5.6 De productiefuncties (312)
    6.5.7 Het marktmechanisme (315)
    6.5.8 De functie van het geld (320)
    6.5.9 Turgot en de scholastici (321)
    6.5.10 Turgot's breuk met de theorie van Quesnay (322)
    6.6 `Observations sur le Mémoire de Saint Péravy' (325)
    6.7 `Le Mémoire sur les prêts d'argent' (331)
    6.8 `Valeurs et Monnaies' (333)
    6.9 Turgot, minister van Lodewijk XVI (1774-1776) (336)


    7. FERDINANDO GALIANI (343)
    7.1 De strijd over vrijheid of reglementering van de Franse graanmarkt (343)
    7.2 Levensloop van Ferdinando Galiani (1728-1787) (351)
    7.3 `Della Moneta' (353)
    7.4 `Dialogues sur le commerce des Blés (359)


    8. CONDILLAC (365)
    8.1 De waarde-antinomie (365)
    8.2 Leven en werken van l'abbé de Condillac (1715.-1780) (367)
    8.3 `Le commerce et le Gouvernement' (370)
    8.4 De waarde- en prijstheorie van Condillac (375)
    8.4.1 Wat is rijkdom? (376)
    8.4.2 Wat bepaalt de waarde van een goed? (377)
    8.4.3 Hoe kan men waarde meten? (378)
    8.4.4 Welke rol vervult het geld? (379)
    8.4.5 Condillac’s productiebegrip (381)
    8.4.6 `De ware prijs (385)
    8.5 Slotwoord (388)


    9. ADAM SMITH (389)
    9.1 Levensloop van Adam Smith (1723-1790) (389)
    9.2 Smith als student (398)
    9.3 De `Edinburgh Lectures' (402)
    9.4 Smith als hoogleraar te Glasgow (405)
    9.5 De betekenis van de `Glasgow Lectures' (416)
    9.6 De inhoud van de `Glasgow Lectures' (419)
    9.7 De `Glasgow Lectures' over de grondslagen van het recht (422)
    9.8 De `Glasgow Lectures' over economisch beleid (424)
    9.8.1 Inleiding (424)
    9.8.2 Welvaart, arbeidsverdeling, ruilverkeer en prijs-vorming (425)
    9.8.3 Beschouwingen over geld, interest en wisselkoers (427)
    9.8.4 De oorzaken van de trage vooruitgang in welvaart (429)
    9.8.5 Welvaart en geestesgesteldheid (430)
    9.8.6 Overheidsfinanciën (431)
    9.9 De `Early Draft of the Wealth of Nations' (433)
    9.10 Het maatschappelijk effect van de `Wealth of Nations' (441)
    9.11 Het wetenschappelijk karakter van de `Wealth of Nations' (451)
    9.12 Nadere beschouwing van de economische analytische theorie in de `Wealth of Nations' (460)
    9.12.1 `Wealth' en `revenue' (460)
    9.12.2 De productiefactoren (463)
    9.12.3 De waardebepaling van het nationaal product (465)
    9.12.4 De verdelingstheorie van Smith (467)
    9.12.5 Over het wezen, de oorsprong en de aanwending van kapitaal (473)
    9.13 Smith’s visie op de gang der geschiedenis (483)
    9.13.1 Inleiding (483)
    9.13.2 Hoe het platteland tot wanorde en armoede ver-viel (484)
    9.13.3 De opkomst der steden (485)
    9.13.4 Hoe het platteland door de stad tot bloei werd ge-bracht (486)

    NOTITIES (489)
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 49,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar



3-4 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

p.230: Mirabeau bezat weliswaar een 'hôtel' in Parijs, aan de Rue Vaugirard (§5.2.6), en vertoefde ook vaak in Parijs, maar hij beschouwde zichzelf graag als landedelman. In 1740 had hij in de buurt van Nemours het landgoed Bignon gekocht, hij was getrouwd met Mlle de Vassau, die erfgename was van uitgestrekte bezittingen in Limousin, Périgord en Poitou. Hijzelf was bovendien erfgenaam van landerijen in de Provence, en had in 1752 het hertogdom Roquelaire in Gascogne gekocht.
In het bijzonder de sympathie voor de landbouw die uit Mirabeau's boek sprak gaf Quesnay moed. Hij nodigde Mirabeau uit hem te komen bezoeken in zijn woning boven het appartement van Madame de Pompadour, aangezien hij zijn post niet kon verlaten 'ni jour ni nuit'11. Mirabeau, onstuimig en hoogmoedig, tuk op de voorrechten van zijn stand, nam niettemin deze uitnodiging aan. In juli 1757 had, naar Mirabeau zelf vertelt, de eerste ontmoeting plaats; er ontspon zich een verhitte discussie waarbij Quesnay Cantillon aan wie Mirabeau vele inzichten had ontleend als een dwaas bestempelde. Mirabeau liet dat niet op zich zitten en gaf Quesnay te verstaan dat hij zijn eigen hoofd maar eens moest laten onderzoeken, waarna hij boos wegliep. Na enige uren bekoelde Mirabeau en zocht Quesnay opnieuw op. In een lang gesprek bekeerde Mirabeau zich tot de inzichten van Quesnay

‘Dès cette seconde conversation le docteur avait conquis le premier et le plus fanatique de ses disciples. Ce patricier si orgueilleux et si ironique ne jurait plus que par le maître ; il lui vouait une sorte de culte qui dura sans altération jusqu’à sa mort, et il allait dès ce moment consacrer toute son activité à développer, à propager les doctrines et à fonder l’école de Quesnay’

(Red.: Vanaf dat tweede gesprek had de dokter zijn eerste en meest fanatieke volgeling voor zich gewonnen. Deze trotse en ironische patriciër zwoer voortaan alleen nog maar bij de meester; hij aanbad hem op een manier die tot aan zijn dood onveranderd bleef, en vanaf dat moment wijdde hij al zijn energie aan het ontwikkelen en verspreiden van de doctrines en het oprichten van de school van Quesnay.)12.

Mirabeau die zelf dit getuigenis aflegde, heeft vanaf die bewuste dag in juli 1757 zich inderdaad ten volle gegeven aan de Physiocratische zaak. Tussen Quesnay en hem ontwikkelde zich een hechte samenwerking waaruit onder meer de delen 4, 5 en 6 van 'l'Ami des Hommes' voortkwamen, ×
SERVICE
Contact
 
Vragen