Fragment
p.230: Mirabeau bezat weliswaar een 'hôtel' in Parijs, aan de Rue Vaugirard (§5.2.6), en vertoefde ook vaak in Parijs, maar hij beschouwde zichzelf graag als landedelman. In 1740 had hij in de buurt van Nemours het landgoed Bignon gekocht, hij was getrouwd met Mlle de Vassau, die erfgename was van uitgestrekte bezittingen in Limousin, Périgord en Poitou. Hijzelf was bovendien erfgenaam van landerijen in de Provence, en had in 1752 het hertogdom Roquelaire in Gascogne gekocht.
In het bijzonder de sympathie voor de landbouw die uit Mirabeau's boek sprak gaf Quesnay moed. Hij nodigde Mirabeau uit hem te komen bezoeken in zijn woning boven het appartement van Madame de Pompadour, aangezien hij zijn post niet kon verlaten 'ni jour ni nuit'11. Mirabeau, onstuimig en hoogmoedig, tuk op de voorrechten van zijn stand, nam niettemin deze uitnodiging aan. In juli 1757 had, naar Mirabeau zelf vertelt, de eerste ontmoeting plaats; er ontspon zich een verhitte discussie waarbij Quesnay Cantillon aan wie Mirabeau vele inzichten had ontleend als een dwaas bestempelde. Mirabeau liet dat niet op zich zitten en gaf Quesnay te verstaan dat hij zijn eigen hoofd maar eens moest laten onderzoeken, waarna hij boos wegliep. Na enige uren bekoelde Mirabeau en zocht Quesnay opnieuw op. In een lang gesprek bekeerde Mirabeau zich tot de inzichten van Quesnay
‘Dès cette seconde conversation le docteur avait conquis le premier et le plus fanatique de ses disciples. Ce patricier si orgueilleux et si ironique ne jurait plus que par le maître ; il lui vouait une sorte de culte qui dura sans altération jusqu’à sa mort, et il allait dès ce moment consacrer toute son activité à développer, à propager les doctrines et à fonder l’école de Quesnay’
(Red.: Vanaf dat tweede gesprek had de dokter zijn eerste en meest fanatieke volgeling voor zich gewonnen. Deze trotse en ironische patriciër zwoer voortaan alleen nog maar bij de meester; hij aanbad hem op een manier die tot aan zijn dood onveranderd bleef, en vanaf dat moment wijdde hij al zijn energie aan het ontwikkelen en verspreiden van de doctrines en het oprichten van de school van Quesnay.)12.
Mirabeau die zelf dit getuigenis aflegde, heeft vanaf die bewuste dag in juli 1757 zich inderdaad ten volle gegeven aan de Physiocratische zaak. Tussen Quesnay en hem ontwikkelde zich een hechte samenwerking waaruit onder meer de delen 4, 5 en 6 van 'l'Ami des Hommes' voortkwamen,
×