Wij werken op volle kracht, er is geen vertraging in productie en levering door het Coronavirus. Meer informatie via deze link.

€ 17,90

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Wat vindt u daarvan Majesteit?

het leven en de strijd van de zeeuwse dienstbode neeltje lokerse

Clare Helene Wesselius • Boek • paperback

  • Samenvatting

    ‘De audiëntie door de Koningin vanochtend aan particulieren verleend, was druk bezocht door verscheidene leden der Eerste en Tweede Kamer, door hoofden van bedrijven en andere industriële ondernemingen; verder door vele leden van den Nederlandschen adel, en ook door Neeltje Lokerse’.

    Dat schreef het Leidsch Dagblad op 25 april 1907.

    Wie was deze in heel Nederland beroemde vrouw, die zelfs door Hare Majesteit werd ontvangen? De Zeeuwse dienstbode Neeltje Lokerse stak op 12 september 1902 een revolver bij zich en liep naar Het Binnenhof in Den Haag. Om aandacht te vestigen op het onrecht dat haar was aangedaan loste ze een schot in het Kantongerecht dat daar gevestigd was.  ‘Moordaanslag’ kopten alle kranten. Haar schot was midden in de roos. Ze kreeg aandacht, en hoe. De rechtszaak werd tot in Nederlands Indië uitgebreid in de kranten behandeld. De man op wie Neeltje Lokerse geschoten had was de vader van haar kind. Hij werd het boegbeeld van de mannen die meisjes verleidden en hen vervolgens met een kind lieten zitten, veroordeeld en verstoten door de maatschappij. Neeltje Lokerse werd onder luid applaus van het talrijke publiek door de rechter vrijgesproken. Helaas had ze met de aanslag haar doel niet bereikt. Nog altijd beschermde de wet mannen als B. Om die wet te veranderen was meer nodig. Vanaf dat moment noemde ze zichzelf activiste. Ze schreef brieven aan de koningin, publiceerde brochures, open brieven en een bijna 700 pagina dikke roman. Ze hield honderden lezingen en was de inspiratiebron voor het boek Karakter van Ferdinand Bordewijk. Haar eigenzinnigheid bezorgde haar niet alleen talloze bewonderaars maar ook veel vijanden, zowel onder politici als onder de burgerbevolking. Over haar leven, de tijd waarin ze leefde en haar strijd gaat dit boek.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 145mm x 210mm
    Aantal pagina's : 338
    Uitgeverij : PSupport
    ISBN : 9789081996006
    Datum publicatie : 10-2012
  • Inhoudsopgave

    Voorwoord

    Het begin: Yerseke Armoede De eerste jaren De oesterkwekerij De amateurprediker Een bijzonder jaar Naar school Van school af Dienstbode Dienstbode in Goes – de Vrouwenbond Den Haag als ‘tussenstation’ Keer terug Dienstbode in Amsterdam Onze arme zusters Weg met de wet op het vaderschap Terug in de hofstad Het bekende Zeeuwse Boerinnetje De open brief van een Zeeuws meisje! Neeltje schrijft een roman Verleid en bedrogen De moordaanslag De rechtszaak Er moet meer gebeuren Neeltje en Welmoet - jong en mooi Neeltje wordt activiste Beroemd spreekster Berucht Eindelijk is het zover In ‘de Rotterdamse Polder’ Open brief aan de Gemeenteraad van Rotterdam De ‘overwinning’ ‘Een boek van strijd en leed’ verschijnt Neeltje trouwt met een bewonderaar Weduwe N. van Strien (voorheen Neeltje Lokerse) Moeder en zoon

    Geraadpleegde literatuur
    Gedreven door fluit en verhalen
    Eindnoten

     

  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 17,90

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

[...] Dat het dienstbodebestaan niet mee zou vallen weet Neeltje. Ze is af en toe een opgewonden standje en behoorlijk eigenwijs. Dat heeft wel eens problemen gegeven.

Over haar leven als ondergeschikte is Neeltje dan ook door haar moeder regelmatig onderhouden. ‘Jouw leven bestaat uit je plicht te doen. Laat niemand daar iets op aan te merken hebben.’ Maar hoe zit het met haar rechten? Als dienstbode heeft ze nauwelijks rechten. Het werk dat meisjes als zij moeten doen, varieert van kindermeisje, bellenmeisje, keukenhulpje tot hulp voor de oudere dienstbode. Vaak worden meisjes op jonge leeftijd al ingezet voor zware huishoudelijke arbeid. Dat betekent ’s morgens in alle vroegte opstaan en - voordat de familie opstaat - de kachels aanmaken, het huis schoonmaken, en het keukenwerk doen. Vooral in huishoudens waar het jonge dienstmeisje de enige hulp is moet ze ver boven haar krachten werken.

De werktijden zijn vrijwel nooit goed geregeld. Vastgestelde vrije dagen en een vrije besteding van die dagen zijn in de meeste betrekkingen een ongekende luxe. Als de meisjes in huis blijven tijdens hun vrije uren, wordt er toch vaak een beroep op ze gedaan. Het uurloon bedraagt niet meer dan 2 cent per uur.  Veel meisjes wisselen frequent van betrekking. Wanneer ze elders meer kunnen verdienen, nemen ze ontslag. Nog vaker worden ze ontslagen of zonder pardon op straat gezet. Omdat er vanaf een bepaalde leeftijd belasting over de dienstbode moet worden betaald, worden de meisjes ook om die reden vaak door hun mevrouw ontslagen, waarna deze weer een jonger – en goedkoper – meisje in dienst neemt. Aanvankelijk was de belastingbetaling vanaf 15 jaar, later werd deze verhoogd naar 18 jaar. Pogingen om de slechte rechtspositie van de dienstbode te verbeteren mislukken. Als de overheid wettelijk het aantal uren van de werkdag vastlegt, valt het huishoudelijk personeel hier echter buiten. Tot 1909 is deze rechteloosheid zelfs vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek: ‘Dienstboden zijn allen, wier persoon ter willekeurige beschikking staat van hen, aan wie zij zich door overeenkomst gebonden hebben.’ Deze rechteloosheid gaat zover dat - hoewel seksuele omgang van volwassenen met minderjarige ondergeschikten verboden is - dit niet geldt voor de dienstbode: ‘Seksuele omgang met minderjarigen in ondergeschikte positie is verboden. Uitgesloten daarvan is de dienstbode.’ (Artikel 249 Burgerlijk Wetboek). De dienstbode zou de heer des huizes immers van seksueel misbruik kunnen beschuldigen en hem kunnen chanteren. Het zou hem zijn goede naam kunnen kosten en dat moet te allen tijde worden voorkomen. [...]

 

[...] Terwijl Neeltje zich radeloos afvraagt wat ze als ongehuwde moeder toch moet doen, bekommeren de dames van stand zich steeds intensiever om de ‘verloren schapen’, de gevallenen en de prostituees. Langzamerhand is hun toon veranderd. Van bescheiden en wat onzeker tot zelfverzekerd en overtuigd. De vrouwenverenigingen hebben zich verenigd tot de Nationale Vrouwenraad.en doen de dames al enige tijd van zich spreken. Het moet nu maar eens gezegd worden, vinden ze. Luid en duidelijk.

Het is voorjaar 1902. Op dat moment is Jan vier maanden. Het is een gezond jongetje. Klein maar pittig. Hij blaast zijn partijtje flink mee, want brullen kan hij. Zijn moeder ook. Wanhopig is Neeltje. Ze houdt zielsveel van haar kind maar soms haat ze hem. Tenslotte is hij de oorzaak van al haar ellende. Ze voelt zich gevangen zitten in een fuik. ‘Nooit zou ik U in woorden, noch op papier mee kunnen delen hoe ik die twee jaar voor ik tot die daad kwam doorbracht. Ik leefde als in een benauwden droom, waar geen uitkomen aan was.’

Alle verhalen die ze in de afgelopen jaren van ongehuwde moeders heeft gehoord komen voorbij. Ze hoeft maar in haar dagboek te lezen en ze weet het weer. Wat staat haar nu te wachten? Ze zint op wraak. Haar gedachten draaien maar om één ding: het feit dat Burghout wettelijk vrijuit gaat, terwijl zij in de ellende zit. Zelfs haar eigen geld heeft hij gestolen. Hoe moet ze nu haar geld verdienen? In de prostitutie? Dat nooit. Die ellendige wet op het vaderschap. Daar zou ze iets aan moeten doen. Dat is de oorzaak van zoveel ellende. Dat de vrouwen van de Vrouwenbond zich met hetzelfde bezighouden, weet ze niet. Ze leest zelden kranten. Misschien, wanneer ze het zou weten, zou ze haar schouders ophalen. Maar misschien ook zou ze wat hoopvoller in de toekomst kijken. Want de vrouwen van de Vrouwenraad hebben een brief geschreven, een protestbrief. Aan het gemeentebestuur van Arnhem. Terwijl kleine Jan huilt en zijn moeder met hem meehuilt, schrijven de vrouwen: ‘Wij hebben te lang, veel te lang gezwegen, wij fatsoenlijke vrouwen, ofschoon wij het wisten of althans weten konden dat de overheid, waar zij onze zusters vertrapt, tot paria’s stempelt en als erger dan slavinnen laat opsluiten en misbruiken, tegelijk onze zonen leert te zondigen.’ [...]

×
SERVICE
Contact
 
Vragen