€ 16,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Woorden tot en met eeuwigheid

24 verhalen

Erik Prikker • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Woorden tot en met eeuwigheid, daar gaat natuurlijk niets meer boven uit. In deze titel ligt alles besloten, daarbuiten kan niets nog bestaan. Goed gevonden van schrijver Erik Prikker, die sowieso uitblinkt door verrassende vondsten. Woorden tot en met eeuwigheid is zijn debuut in verhalend proza, nadat hij eerder bekend werd met meer beschouwende boeken als Dubbele Punten en Paresthesieën, overigens ook nog steeds te bestellen. Nu zien we hem dus jongleren met verhalend proza. Zijn Woorden tot en met eeuwigheid bevat 24 merendeels korte vertellingen in zijn bekende vlotte en dynamische stijl. Ze bestrijken een veelheid van terreinen en nemen hier en daar hilarische vormen aan!
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 145mm x 210mm
    Aantal pagina's : 99
    Uitgeverij : Nobenius
    ISBN : 9789082499261
    Datum publicatie : 07-2025
  • Inhoudsopgave
    niet beschikbaar
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 16,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar



3-4 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

De kluit belazeren

Ik ben geen plantenmens. Dat komt, ik heb een hekel aan die dingen in mijn huis. Je moet ze regelmatig water geven, bijmesten en verpotten. Al dat verzorgen, daar ben ik niet voor in de wieg gelegd, het berooft me van mijn vrijheid. Want die dingen, die leven! En iets wat leeft dien je aandacht te geven. Zo is me dat geleerd. En, gek die ik ben, ik vertroetel ze. Ik kan er niet tegen dat iets door mijn toedoen het loodje legt. Dan krimpt mijn hart. Nooit koop ik dus planten. Maar elke keer als ik verhuis of mijn verjaardag vier, komt er weer zo’n leukerd met een pot vol opgekweekte varia. Honderdmaal heb ik gezegd dat ze beter iets anders in mijn vingers kunnen duwen als ze dan zo nodig willen. Niks ervan! Mensen houden van planten, zeggen ze, dus mijn persoontje kennelijk ook. Dol word ik ervan. Al mijn vensterbanken heb ik vol moeten zetten met die sociale flauwekul, omdat ik geen levend goed in de goot kan flikkeren. Nergens gedijen planten beter dan bij mij. Jaren en jaren gaan ze mee en nooit meer kom ik van ze af. Maar planten horen in de natuur, buiten, in het vrije veld. Dat snapt toch iedereen! Wat is dat voor iets achterlijks om die dingen in een door en door verwarmde huiskamer te zetten? Dat is toch niet gezond! Denk je soms dat het voor jou gezond is met een zwetend lijf en een rooie kop constant bij de gloeiendhete radiator te zitten? Nou dan! Vaak zit er nog een kaartje in de pot ook als ik weer eens zoiets krijg. Wat moet ik daarmee? Moet ik de plantennaam soms leren spellen? Moet ik in mijn kop stampen hoe lang zo’n ding kan worden, of het zon of schaduw op prijs stelt, of het veel of weinig drinkt, of wat voor onzin nog meer? Gadverdamme, zo’n kaartje ruk ik er meteen uit! Elke ochtend loop ik die groene zooi op mijn vensterbank langs, maar dacht je dat ik het over mevrouwtje Euphorbia of meneertje Fuchsia had? Doe me een lol. Elke ochtend leg ik mijn handen om mijn potten en voel of de aarde mooi vochtig is. Dacht je nou werkelijk dat ik er exact om de twee of drie dagen een afgepaste scheut leidingwater bij donder? Je piest toch ook niet elke twee uur zes deciliter in de plee? Dacht je nou echt dat ik ook maar één mevrouwtje of meneertje in de felle zon liet verdorren? Of verpieteren in mijn kelder? Stop die kaartjes in je reet! Ik weet precies wat een plant nodig heeft. Míj hebben ze nodig. Wees maar blij dat er in mijn huis geen kind rondhuppelt. Het zou een moordleven hebben. Totdat het met zijn handjes aan de plantjes komt natuurlijk. Dan moet ik ingrijpen. Liefdevol zijn klauwtjes vastpakken en de bengel wijzen op de idiote heerlijkheid van Moeder Natuur. Ben je weleens in een bloemenzaak geweest? Vanzelf, waar haal je anders je stomme cadeautjes vandaan! Maar je weet er geen bal van. Je denkt: zo’n bloemist is een liefhebber, maar je moet eens wat scherper uit je doppen kijken, zeg ik. Hij mishandelt zijn waar. Hij spuit apothekerstroep over de blaadjes, zodat alles prachtig glimt, en hij giet kankerspul in de aarde tegen de schimmels en luizen. Nooit gezien zeker? Kijk uit je doppen! Het is opgefokte rotzooi. Altijd zet hij de boel in te kleine potten, in van die petieterige zwarte turfpotjes die niet ademen. Het eerste wat je thuis kunt doen is je cadeautje opnieuw verpakken. Zie je die handen van de bloemenhandelaar? Het zijn ruwe kloteklauwen. Zonder enig gevoel boetseert hij het leven, knakt een tak, rukt blaadjes af, verscheurt de wortels. Het moet allemaal. Ja, het moet fraai ogen, de klanten willen dat. Het gaat om het model, de mensheid geilt op vorm. En op bloemen natuurlijk. Iets moet bloeien. Maar weet je wel waar je naar zit te kijken? Nooit over nagedacht zeker! Bloemen zijn de genitaliën van een plant. De hele dag heb je een vaas met porno op je tafel. Ben je daar trots op? Maar je hebt geluk. Nog geen dag staan die opgeblazen gladiolen in je kamer of ze beginnen al uit te vallen, Pokon of geen Pokon. Allemaal stukgemeste biotroep. En ik, ik mag het oplappen, liefdevolle aandacht en bescherming geven. De mensen denken me een plezier te doen. Ach, geef hem een plantje, hij heeft toch niks. Maar ik, ik voel me belazerd. Elke ochtend moet ik weer lief gaan zitten doen. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen