Fragment
Aan de lezer
Niet elke tekst spreekt iedereen aan.
En niet elke bundel heeft één duidelijk adres.
Deze teksten zijn geschreven in de ruimte tussen taal en ervaring, op het snijvlak van pedagogiek, ethiek en innerlijke betrokkenheid.
Ze zijn niet gemaakt om te onderwijzen, maar om te getuigen.
Niet om iets af te bakenen, maar om iets te bewaren.
Toch is het goed om vooraf iets te zeggen over wie mogelijk iets aan deze teksten heeft en wie misschien beter iets anders leest.
Niet om uit te sluiten, maar om eerlijk te zijn over toon, intentie en richting.
Wat volgt is geen inleiding, maar een uitnodiging.
En tegelijk: een begrenzing.
Want ook in het grijs mag duidelijk zijn voor wie er ruimte wordt gemaakt.
-
Executive Summary
Dit werk is een getuigenis. Een poging om trouw te blijven aan datgene wat in veel pedagogische contexten verdwijnt in de marge: het onzekere, het grijze, het kwetsbare.
Zij tot Mij is geschreven in de richting van een Ander die nog niet bestaat, maar wiens aanwezigheid reeds richting geeft. Aan haar, die mogelijks ooit kind zal zijn, leerling, mentee, of niets van dat alles, wordt gedacht in elke zin.
De tekst vertrekt vanuit het gemis: het niet-gehoorde kind, de begeleider zonder taal, het oordeel dat sneller sprak dan het luisteren. Wat volgt is geen aanklacht, maar een ethische afbakening.
Hier wordt gezocht naar een pedagogiek die niet begint bij beheersing of correctie, maar bij nabijheid. Niet bij de norm, maar bij het getuige zijn van wat zich aandient.
In drie hoofdteksten: ‘De Mens en de Godin in het Grijs’, ‘De Zoon, De Vader en Zij die Is’ en ‘De Prijs van Zijn, van Hen tot Hun’, wordt het terrein verkend waarop opvoeding, identiteit en getuigenis samenkomen.
Telkens met symbolische taal, gedragen door figuren als Hecate en Hestia, als morele bakens voor wat niet te vatten is in didactische schema’s.
Het slotstuk is drieluikig: een manifest dat de centrale waarden formuleert; een lijst van zonden, handelingen die het kind tot object maken; en een reeks geboden, uitnodigingen tot getuigenis, vertraging en onvoorwaardelijke aanwezigheid.
Samen vormen zij een moreel kompas voor wie het onzegbare in begeleiding toch een taal wil geven.
Dit is geen neutrale tekst. Ze kiest voor de mens boven het systeem, voor de Ander boven het ik, voor niet-weten boven het snelle oordeel.
Ze is geschreven in vertrouwen dat een begeleider niet perfect moet zijn, enkel aanwezig, bereid om te blijven. En trouw aan wie wacht, zonder naam, aan de rand van ons spreken.
×