Fragment
Het leven liep gewoon door.
Dat klinkt misschien eenvoudiger dan het is. Want terwijl alles doorging — werk, gesprekken, wandelen, boodschappen doen — begon er iets anders te verschuiven. Niet spectaculair. Geen grote openbaring. Geen lichtflits.
Meer alsof er langzaam iets uit elkaar viel wat jarenlang vanzelfsprekend was geweest.
Het verhaal.
Het verhaal over wie ik was, wat ik dacht te weten, waar ik naartoe ging.
Het begon met kleine momenten. Momenten waarop ik merkte dat de gedachte die opkwam niet meer automatisch geloofd werd. Niet omdat ik hem wegduwde. Niet omdat ik hem analyseerde. Maar simpelweg omdat hij gezien werd.
Een gedachte verschijnt.
En verdwijnt weer.
Net als een geluid.
Net als een wolk.
Daar zit niets mystieks in.
Het is bijna banaal in zijn eenvoud.
Maar wanneer je dat echt begint te zien, gebeurt er iets merkwaardigs. Het verhaal dat je jarenlang over jezelf hebt gedragen blijkt minder stevig dan gedacht.
Alsof een steiger langzaam wordt weggehaald van een gebouw dat allang zelfstandig kan staan.
En dan blijkt dat het leven al die tijd gewoon doorging.
×