Fragment
In twee dagen rijden we naar de mooie naturistencamping Arnaoutchot aan de Atlantische Oceaan, een stukje onder Bordeaux. In een prachtig pijnbomenbos zetten we ons campertje zo dicht mogelijk bij de zee. We staan alleen, op het mooiste veldje van de camping. We kennen de camping alleen van het hoogseizoen wanneer alles haring aan haring staat. Het contrast kan niet groter zijn.
De rust daalt neer als we over het strand banjeren en de zon zien onder gaan. De kinderen rennen in de branding en kijken verlangend naar de schuimende golven die hun uitdagen.
De nacht valt. Het enige licht komt van een klein olielampje. Op de achtergrond ruist de zee en de wind waait zachtjes door de hoge pijnbomen. We trekken een fles wijn open en genieten van de stilte.
“Wat is dit toch heerlijk”, zeg ik.
“Ja, inderdaad, wat een fijne plek en wat een rust.”
“Waarom beginnen we zelf niet een naturistencamping? Hoe fijn is dit!”
Ik veer op.
“Meen je dit?”
“Ja, waarom niet? Laten we iets neerzetten, iets tastbaars!”
De wijn vloeit rijkelijk. En de fantasie slaat op hol. Diezelfde avond nog bedenken we hoe de camping moet worden. Alles is mogelijk, alles kan. We dromen verder, de nacht in.
×