€ 8,99

PRINT boek

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Plato, de code gebroken

Hans Gons • ebook • epub

  • Samenvatting
    SAMENVATTING VAN HET BOEK

    In dit boek beschrijf ik mijn enerverende ontdekkingsreis door de dialoog 'Timaeus' van Plato, waarin ik, verborgen in een irrationele brij van onmogelijke zinnen, allerlei losse rationele brokjes Plato ontdekte. Deze dialoog bleek een goudmijn te zijn met zijgangen naar andere dialogen vol stijljuwelen, overdekt met het stof van eeuwen. Na sorteren, rubriceren en interpreteren van de enorme berg van die brokjes, kwamen echter aan Plato tegengestelde opvattingen naar voren.
    Mijn opkomend vermoeden dat een andere filosoof de 'Timaeus' geschreven had, werd door Plato weggenomen bij 53c. Daar geeft hij aan dat we erop moeten rekenen dat hij verplicht is vreemde teksten te schrijven. Daarbij merkt hij ook op dat degenen die weten wat hij aan het doen is, hem wel zullen begrijpen(!). Dat houdt volgens mij ook in dat degenen die dit niet weten, niets kunnen begrijpen van wat hij schrijft! Dat moet consequenties hebben voor alles wat sinds zijn dood over hem geschreven is, zou je dan denken.
    De vraag is nog wel waarom hij aangeeft dat hij dit per se moest doen. Dit probleem kon opgelost worden door een historisch uitgangspunt te hanteren. Daaruit bleek dat Plato als oorlogskind vanaf zijn geboorte in 424 v.C. tot de nederlaag van Athene in 404 v.C. en de moord op zijn idool Socrates in 399 v.C. door de hel van de Peloponnesische Oorlog was gegaan. De verschrikkingen en wantoestanden waren zo groot dat psychische schade, minstens in de vorm van angststoornissen volgens mij onvermijdelijk zijn geweest.
    In de dialoog 'Politeia' maakt deze Plato bij 496c duidelijk dat hij in een soort jungle leeft tussen wilde dieren! Gerechtigheid is nergens meer te vinden. Het enige dat hij kan doen is wegduiken achter een muurtje en zich stilhouden. Voor ons is dan duidelijk dat je in zo’n situatie niet zomaar ideeën op papier kunt gaan zetten waarvan je weet dat de machthebbers en hun aanhangers ze onacceptabel vinden.
    In combinatie met bovengenoemde ontdekkingsreis werd duidelijk dat de ware opvattingen van deze Plato inderdaad levensgevaarlijk waren o.a. door zijn ontkenning van het bestaan van een God of goden en van de onsterfelijkheid van de ziel. De verplichte staatsgodsdienst was het belangrijkste middel voor de machthebbers om hun greep op de mensen te behouden. Zo werd Socrates vermoord op beschuldiging van goddeloosheid en moest Aristoteles in 321 v.C. uit Athene vluchten om aan de doodstraf wegens goddeloosheid te ontkomen.
    Volgens mij heeft deze Plato uit een panische, misschien zelfs dwangmatige angst voor de moorddadige en uiterst corrupte machthebbers van het stervende Athene zijn ware opvattingen vanaf het begin in al zijn dialogen, gecodeerd achter absurditeiten, weggemoffeld onder vele lagen genialiteit. Zo ontdekte ik van de vroege tot de late dialogen minstens 13 trucs waarmee deze Plato zijn opvattingen had verborgen. Deze trucs heb ik stramienen genoemd omdat ze in heel zijn werk steeds opnieuw worden gebruikt.
    Door de decodering zag ik dat deze Plato zelf duidelijk maakt dat zijn irrationele theorie over de twee werelden, met ideeën als werkelijk bestaande wezens in een hogere abstracte wereld tegenover een minderwaardige zintuiglijke wereld, net zo onzinnig was als de godenwereld. Volgens mij was het voor deze Plato slechts een rookgordijn om zijn filosofie onzichtbaar te maken.
    De Plato van de twee werelden was dus slechts wat wij noemen, een pseudo-Plato geweest. De ware Plato die ik zag, heb ik ‘onze’ Plato genoemd.
    Wat tevoorschijn kwam na het ontrafelen van de codering, was de meest realistische filosofie ooit. De mens kan daarin door waarneming met de zintuigen het verstand in staat stellen om tot begrip van het universum te komen. ‘Onze’ Plato ontdekte dat het heelal is ontstaan door het samengaan van het eeuwige zijn met de eeuwige natuur die de abstracte beginselen van materie omvatte. Zo ontstonden bij het ontstaan van het heelal de elementaire deeltjes met materie en geestelijke inhoud. Deze deeltjes zijn volgens ‘onze’ Plato te klein om met het blote oog te worden waargenomen. In hun opbouw vertonen ze de wiskundige structuren die ‘onze’ Plato als uitvinder van de abstracte wiskunde(!) ontwierp in navolging van Pythagoras. Die structuren kennen we als de platonische lichamen; ze zijn door de moderne wetenschappen aangetoond tot in het DNA toe! Alles in het heelal heeft zich ontwikkeld uit de strijd tussen de elementaire deeltjes. De mens, net als alle elementen en andere levende wezens toch slechts tijdelijk bestaand, staat aan het toppunt van deze evolutie, aldus ‘onze’ Plato. Met deze deeltjestheorie drong hij door tot in de krochten van onze realiteit, zodanig zelfs dat hij al zaken beschreef die de kwantummechanica los van ‘onze’ Plato die ze niet kennen, in de twintigste eeuw proefondervindelijk vaststelde. In het boek wordt ook dit uitgebreid beschreven. Er is dus sprake van een tijdloze filosofie waarin zelfs de abstracte wiskunde en deeltjestheorie van de kwantummechanica hun oorsprong vonden.
    ‘Onze’ Plato’s prachtige wereld zonder God of goden en universele ideeën, wordt geregeerd door Ananke die als 'godin' voor ‘onze’ Plato het symbool is voor de keiharde onvermijdelijkheid. Als mensen deze wet van oorzaak en gevolg te ver overschrijden volgt onherroepelijk de ondergang.
    De mensen zien zich in de wereld van ‘onze’ Plato zonder God als hulpeloze wezens overgeleverd aan de ontzagwekkende krachten van het heelal waarin geen normen bestaan. In deze existentiële nood moeten ze zelf normen zoeken om samen Ananke’s dreiging te bezweren. Daarmee is wel een uiterst actuele leidraad gegeven voor de mensen van de 21e-eeuw!
    Helaas bleef ‘onze’ Plato tot het verschijnen van dit boek volslagen onbekend, al hebben sommige opvattingen van hem via de invloed van zijn leerling Aristoteles tot aan het eind van de Middeleeuwen wel een rol gespeeld, zij het door de invloed van de Kerk slechts een zeer bescheiden rol.
    Descartes (1596-1650) bracht de grote omwenteling: hij verkondigde dat de mens als gift van God puur met het verstand absoluut ware universeel geldende ideeën kon ontdekken over de wetten van de natuur. ‘Onze’ Plato moet zich in zijn graf hebben omgedraaid. Hij vond eerst de zintuiglijke ervaringen pas daarna het verstand de basis van kennis en hij ontkende het bestaan van God en van universeel absoluut geldende ideeën. Maar het in de Middeleeuwen al bestaande gezag van pausen, keizers en koningen kreeg na Descartes steeds meer absolute zelfs goddelijke geldigheid waartegen verzet verboden was. Zo ontstonden absolutistische samenlevingen waarin de mens als individu steeds minder telde.
    De natuurwetenschappen kregen door dit enthousiasme over de onbeperkte macht van het verstand om de natuur te kneden via de verwerking van ervaringsgegevens, wel een enorme stimulans. Dit was eigenlijk het hoofddoel van Descartes, die zo dacht langs deze weg de mensheid te verlossen van armoe en ziekte. Descartes werd zo terecht gezien als de vader van de moderne natuurwetenschappen.
    De negatieve uitwerking van zijn metafysica met de absolute geldigheid van de door de mens bedachte universele ideeën in de vorm van de onderdrukkende staatsmachten en indoctrinerende – ismen als liberalisme, socialisme, communisme enz. heeft hij niet voorzien en zeker niet bedoeld.
    In het boek wordt uitgelegd dat door allerlei oorzaken het verdere verloop van de geschiedenis tot in de twintigste eeuw een zeer noodlottige is geweest. Na Descartes, maar zeker niet alleen door zijn opvattingen die wel een rol speelden, zien we hoe de Europese beschaving uiteindelijk te gronde gaat in de kolkende stroom van ‘grote verhalen’ vol universele ideeën als liberalisme, socialisme, communisme, imperialisme etc. tot het fascisme en nationaalsocialisme Europa met Auschwitz naar het absoluut nulpunt voeren.
    Het ergste is dat na de Tweede Wereldoorlog ondanks een mooie opleving van menselijke beginselen o.a. via de Verenigde naties en de vastlegging van de mensenrechten, de kern van de oude vooroorlogse ontwikkelingen zich mede door het neoliberalisme honderdvoudig versterkte. Dat is de ontwikkeling geweest die heeft geleid tot de situatie van nu waarin het gevaar bestaat dat de dreiging van Ananke het einde kan betekenen van het leven op onze planeet.
    Wat mij opvalt is dat deze ontwikkeling vanaf de zeventiende eeuw kenmerken vertoont die in letterlijk alle opzichten volkomen ingaan tegen alles waar ‘onze’ Plato voor staat. In het laatste deel van dit boek maak ik duidelijk dat “onze’ Plato dan ook precies het wereldbeeld verkondigde dat ons de weg kan wijzen uit de vastgelopen ellende waarin we verzeild zijn geraakt.
    Met dit betoog is nog lang niet alles verteld over de opvattingen en het belang van 'onze' Plato. Hier heeft u alleen nog maar oppervlakkig enkele basisgegevens van zijn filosofie vernomen. In dit boek worden in totaal negen omschrijvingen van 'onze' Plato uitgebreid behandeld waarmee duidelijk wordt dat hij een filosoof is van alle tijden, maar vooral ook van onze tijd. Deze Plato kunt u pas echt leren kennen door het lezen van dit boek.
    De niet bestaande Plato van de twee werelden, door ons pseudo-Plato genoemd, is wel de Plato die nog steeds overal aan u wordt voorgeschoteld! Als mijn theorie klopt, blijkt ‘het gebouw’ van de westerse filosofie in zijn fundamenten aangetast te zijn. Daardoor vertoont het gapende scheuren van pseudowaarheid overal waar pseudo-Plato woont en waar woont hij niet. De scheuren lopen van het fundament tot aan de nok van het dak; een grondige renovatie blijkt hoognodig. De ware Plato is in dit boek nu nog ‘onze’ Plato. De bedoeling is dat hij ook uw Plato wordt.
  • Productinformatie
    Binding : Epub
    Auteur : Hans Gons
    Bestandstype : epub
    Distributievorm : Ebook (digitaal)
    Aantal pagina's : Afhankelijk van e-reader
    Beveiliging : Digitaal watermerk (social DRM)   Informatie 
    Uitgeverij : Hans Gons
    ISBN : 9789464431001
    Datum publicatie : 10-2021
  • Inhoudsopgave
    De inhoud van dit onderzoek
    De basis van dit boek is Plato’s dialoog 'Timaeus'. Daarnaast wordt ook uitgeweken naar de dialogen 'Apologie', 'Meno', 'Phaedo' 'Symposium', 'Politeia', ('Republic', 'De Staat'), 'Phaedrus', 'Parmenides', 'Theaetetus', 'Sophist', 'Staatsman', 'Critias', 'Philebus' en 'Wetten' ('Laws').

    In het eerste hoofdstuk behandelen we het bestaande beeld van Plato. Dit hoofdstuk is vooral interessant voor lezers die minder bekend zijn met Plato’s werken. Maar de eerste paragrafen met de levensbeschrijvingen van Socrates en Plato en de laatste paragrafen over de twee werelden als rookgordijn zijn ook voor kenners van belang.

    Het tweede hoofdstuk is een eerste correctie op de klassieke interpretatie van Plato door Collin Murray Turbayne, waarin de wiskundige vormen van Plato een rol spelen en die ons inspireerden tot verder onderzoek.

    Hoofdstuk III bevat het verhaal over de ontdekking van de stramienen die Plato aanbracht in zijn werk en die de sleutel vormen om zijn teksten te decoderen, gevolgd door

    hoofdstuk IV: ‘De filosofie van Plato’. Hoofdstuk V gaat over de facetten die Plato linken aan de moderne wetenschappen.

    In de hoofdstukken VI en VII volgt een historisch overzicht vanaf 1300 tot en met de 20e-eeuw.

    De overgang naar de 21e-eeuw komt in hoofdstuk VIII aan de orde.

    In hoofdstuk IX projecteren we het wereldbeeld van Plato op de 21e-eeuw.

    In X. Afsluiting, vatten we het belang van Plato’s ideeën voor ons toekomstperspectief samen in vier kernen na een allegorie over Plato in het woud van de twee werelden.

    XI. Slotconclusie, bevat de beschrijvingen die aantonen dat Plato een filosoof van alle tijden is, gevolgd door de smeekbede van Ananke.


    Voor de vertalingen van de dialogen heb ik achtereenvolgens gebruik gemaakt van de Nederlandse vertaling door Xaveer de Win in de herziene uitgave en de Engelse vertaling onder redactie van J.M. Cooper.
    De oude 19e-eeuwse Engelse vertaling van de Timaeus door B. Jowett, die voor wetenschappelijk onderzoek niet geschikt is wegens het ontbreken van de standaardnummering, heb ik uit interesse toch geraadpleegd. Op 1-1-2020, ontdekte ik op internet een prachtige uitgave van de vertalingen van de dialogen door Jowett, in een uitgave waarin wel de standaardnummering wordt gegeven. Deze vertaling heb ik gebruikt om op belangrijke punten controles uit te voeren op de uitkomsten van de andere vertalingen.
    Deze drie vertalingen kwamen op enkele uitzonderingen na, met elkaar overeen.
    De vertaling van de Amsterdamse School voor filosofie, beschikbaar gesteld door de Stichting Ars Floreat, vermeldt ook de inleidingen van Ficino (1433-1499), die door mij in II.4.1 en zoals ik later las, ook door Hösle, als onacceptabele interpretatie van de dialogen terzijde worden geschoven.5 Toch hebben we vastgesteld dat de vertaling van de Politeia (Republic, De Staat) die Ars Floreat publiceert, op de door ons gebruikte punten uit de inleiding van Ficino niet is aangetast door de strekking die Ficino hanteert.

    Ik heb geprobeerd filosofisch jargon te vermijden ten gunste van een voor zo veel mogelijk mensen begrijpelijk taalgebruik.
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 8,99

PRINT boek

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

direct, via download
Veilig betalen Logo
Delen 

Informatie
Herroepingsrecht is uitgesloten voor eBooks. Een download van een eBook of luisterboek is niet meer te herroepen op het moment dat u, na aanschaf van het e-book, de download heeft gestart.

Fragment

EERSTE FRAGMENT
Volgens Nails werd Plato in 424 v.C. (en niet in 427 v.C. wat meestal wordt vermeld) geboren als telg van een welgestelde aristocratische familie met een rijke geschiedenis in de Atheense samenleving. T. Brickhouse zegt dat er grote onzekerheid is over de geboortedatum en hij houdt uiteindelijk vast aan 427 v.C. op basis van weer andere berekeningen van ene Eratosthenes.
Plato zou volgens de overlevering via de vaderlijke lijn een directe afstammeling zijn van de Atheense koningen (tot 600 v.C.) en via de moederlijke lijn van de Griekse wetgever en dichter Solon. Zijn naam was Plato van Collytus, zoon van Ariston en zo was hij ingeschreven in de lijst van de tribale gemeenschap Collytus, waarmee hij het Atheense burgerschap verkreeg. Brickhouse and Smith vermelden de naam Arístocles waarmee Plato vernoemd zou zijn naar zijn grootvader. Deze naam zou op een grafsteen zijn aangetroffen, hoewel ze verderop vermelden dat het graf zelf van Plato nog steeds niet is gevonden. Ze vermelden ook de naam Plato als afgeleid van zijn ‘brede’ uiterlijk en bedacht door een worsteltrainer of als naam in verband met zijn brede voorhoofd.16 Plato’s vader Ariston overleed in de tijd rond Plato’s geboorte. Zijn moeder Perictione werd toen uitgehuwelijkt aan haar oom Pyrilampes, die bevriend was geweest met Pericles. Diens zoon Demos werd halfbroer van Plato. Later kreeg hij nog een halfbroer Antiphon, zoon van Perictione en Pyrilampes. Zijn oudere broers waren Adeimantes en Glaucon. Zijn zus Potone zou later trouwen met een goede huisvriend van Pericles. In deze kinderrijke en bevoorrechte familie groeide Plato op. Over zijn jonge jaren is weinig meer bekend, dan dat hij een stille en pientere jongen moet zijn geweest, die uitblonk in de hogere studies van de uitstekende opleiding die hij kreeg.
Belangrijk gegeven is dat Plato’s jonge leven zich afspeelde in de tijd van de Peloponnesische oorlog die met angstaanjagende rampen gepaard ging. Vanaf 422 na de dood van de volksmenner Cleon, werd bovengenoemde Alcibiades, de vriend en strijdmakker van Socrates als leider van de radicale oorlogspartij van de democraten de machtigste figuur in Athene. Alcibiades.was een principeloos, maar ongewoon talentvol rijkeluiszoontje dat wegens zijn fameuze schoonheid door mannen en vrouwen werd belaagd, wat hem ook verleidde tot een soort ‘playboy’ gedrag. Zijn streven om Sparta volledig te isoleren, mislukte in 418 door de nederlaag bij Mantinea.
Een gebeurtenis die aanduidt hoe verziekt de verhoudingen in Griekenland waren, was wat er op het eiland Melos gebeurde. In 416, Plato was toen 8 jaar, richtte Athene onder Alcibiades als strateeg, een massaslachting aan op deze Spartaanse kolonie. Dit gebeurde nadat de Meliërs weigerden zich te onderwerpen, maar wel hadden aangeboden zich neutraal op te stellen met de bereidheid een vriendschappelijke houding aan te nemen. Alle mannen werden vermoord en de vrouwen en kinderen werden als slaaf verkocht. Atheners namen als kolonisten het eiland in bezit.
De mooie, hoge beginselen van de filosofen werden door de politici en militairen niet altijd nageleefd, integendeel zelfs. Bij meerdere van dergelijke gebeurtenissen bleek Athene de humaniteit steeds meer uit het oog te verliezen. Zelfs genocide werd toelaatbaar geacht. De bloei van de Griekse filosofie vond vreemd genoeg plaats in de tijd van de militaire, maar ook morele neergang van Athene.
Alcibiades die voor 417/416 weer tot strateeg was gekozen, wist zijn populariteit nog te verhogen door de Olympische Spelen van 416 te winnen. In 415, toen Plato 9 jaar oud was, wist hij te bereiken dat Athene in Sicilië met een militaire expeditie actie zou gaan voeren tegen Syracuse om zo de aandacht van de oorlogvoering naar het westelijk gedeelte van de Middellandse Zee te verleggen.
Aan de vooravond van deze expeditie vonden de beruchte rellen plaats van rijke jongelingen die in dronkenschap het beeld van de god van de reizigers, Hermes, vernielden. Daarmee veroorzaakten ze een ongenadige wraakactie waarbij executies, gevangenschap en verbanningen werden opgelegd, ook aan meerdere leden van de familie van Plato. Alcibiades werd tijdens de expeditie in 2014 na onenigheid met zijn commandanten, teruggeroepen naar Athene. Hierop liep hij onverwacht over naar de Spartanen die hij overhaalde Syracuse hulp te verlenen waardoor de expeditie van de Atheners op een rampzalige mislukking uitliep. In Athene werd Alcibiades ter dood veroordeeld als verrader. Plato was toen 10 jaar oud en zal de gesprekken van zijn familieleden over dit alles met verbazing, maar wel zeer nieuwsgierig hebben aangehoord. Hij schijnt een stille, maar uiterst intelligente jongen geweest te zijn. En stille wateren hadden toen ook al diepe gronden.
Wat daarna kwam, begon steeds meer invloed uit te oefenen op de jongere Plato. Debra Nails, die we hier volgen, verlevendigt de beschrijving van Plato’s jonge jaren door de rampen van de oorlog te koppelen aan Plato’s leeftijd. In 413, toen Plato als elfjarige al wat tot de jaren van verstand was gekomen, werd de oorlog door Sparta verhevigd na de mislukking op Sicilië. Alcibiades wist in 212 de Perzische heerser over te halen een Spartaanse vloot te bekostigen, die veel bondgenoten van Athene tot afvalligheid bracht. Dit was het echte begin van de ondergang van Athene. Dat proces ging gepaard met een toenemende verloedering in alle geledingen van de samenleving.
Socrates was rond zijn vijftigste getrouwd en stichtte in deze tijd een gezin met Xantippe die, gelukkig voor de vaak op het Marktplein opererende Socrates, een voldoende vermogen met zich meebracht om van te kunnen leven.
In Plato's 13e jaar (411) viel de democratie door een staatsgreep van Alcibiades en de oligarchie met hun ‘Raad van de 400’. Alcibiades was in Sparta in ongenade geraakt omdat hij, zijn oude gewoontes getrouw, in dit geval de vrouw van de koning had verleid. Met deze staatsgreep probeerde hij invloed terug te winnen in zijn geboortestad. Maar al een jaar later werd door ingrijpen van het leger de democratie hersteld. Alcibiades moest als ter dood veroordeelde, uit Athene vluchten.
Als een mooie vlinder fladderde hij zoals zijn gewoonte was, door het gebied van de Middellandse Zee op zoek naar nieuwe honingbloemen. Om de kleur van die bloemen bekommerde hij zich niet; of het nu Perzisch bruin was, Spartaans blauw of Atheens goud, als er maar voldoende honing te slurpen viel was hij van de partij. Hij wist aan te monsteren op het schip van een bevriende Atheense vlootcommandant. Zijn charisma bezorgde hem ook hier in de kortste keren een toppositie. Zo wist hij in enkele jaren tussen 411 en 408 de verloren gegane macht van Athene in de Hellespont te herstellen. Na smeekbedes uit Athene fladderde hij in 408 opgewekt huiswaarts, waar hij door het volk op een uitzinnige ontvangst werd getrakteerd. Hem werd amnestie verleend wat bekroond werd met het opperbevel over zowel het leger als de vloot. De honing smaakte wel erg zoet deze keer.
Helaas leed een Atheens eskader een jaar later een nederlaag bij Notium. Dat was geen doodsteek voor Athene, maar de van jaloezie blakende tegenstanders in Athene wisten hier gebruik van te maken om er wel een doodsteek voor hem van te maken: Alcibiades werd in 407 alweer ontslagen. Met gebroken vleugels wist de vlinder toch nog zijn nest op het schiereiland Chersonesus (Gallipoli) in Thracië te bereiken.
Na de nederlaag van Athene in 404 wilde de vlinder zich weer gaan laven aan de Perzische honing wat nog leek te lukken ook. Maar de Spartaanse veldheer Lysander, die in 407 het Atheens vlooteskader had verslagen bij Pontium en de wrede Critias van het schrikbewind in Athene na de nederlaag, waarschuwden de Perzische heerser voor de werking van de schitterende kleuren van de vlinder en voor zijn gefladder. Nog in hetzelfde jaar 404 werd zo de mooie vlinder Alcibiades in het Perzische Phrygië vleugelloos vermoord gevonden op de berg Elafos.
Dit was dus de vriend die in de dialoog Symposion optreedt in een vergeefse poging om Socrates tot een liefdesrelatie te verleiden. De vlinder blijkt achteraf alleen maar de mooie vermomming geweest te zijn van een monsterlijk innerlijk.
De machinaties van Alcibiades hebben we ook uitvergroot om de verloedering van de politiek in het Athene van Plato’s jeugd duidelijk te maken. De politici kwamen door het kiesstelsel vooral uit de rijkere burgerij voort. Het waren de jongelui die een rijke, luxueuze maar inhoudsloze jeugd hadden gehad. Net als Alcibiades stelden ze het bevredigen van de persoonlijke aspiraties boven het belang van de staat en de gemeenschap. Het waren politici zonder geweten die Atheners tegen Spartanen uitspeelden en Grieken tegen Perzen ongeacht de hoeveelheid slachtoffers. Alcibiades en Critias waren slechts voorbeelden uit een lange rij.

TWEEDE FRAGMENT

XI.2 De smeekbede van Ananke


Standbeeld Destiny, by Gilbert Bayes, 1917 kon hier niet afgebeeld worden.

In navolging van ‘onze’ Plato zullen we allemaal Ananke moeten navolgen. Haar beeltenis zal in de hoofden van de mensen gegrift moeten staan. Ananke, de onvermijdelijkheid, is ongevoelig voor de lotgevallen van mensen. Niemand weet wanneer in ons misbruik van de natuur, het ‘point of no return’ wordt bereikt, maar daarna is ze onstuitbaar. Ze is een geheimzinnige, angstaanjagende kracht door de absolute onmenselijkheid van haar wezen. In de vooruitziende beleving van de kunstenaar is het al zo ver gekomen dat het lijkt of de ‘godin’ zelf het verbijsterende noodlot van onze planeet heeft gezien en ons smeekt een ander levenslot te kiezen omdat ze weet dat ze ons zal dood schudden uit onze welvaartsroes.


XI.3 Postscriptum

Ironisch toeval wil dat ik net bij de afronding van mijn onderzoek de chaotische wereld van de coronacrisis moest beleven. Voor mij was het in deze tijd of er een zucht van Ananke over de wereld ging. Zelfs deze fluistering van haar onvermijdelijkheid voldeed al om de hele wereld in een crisis te storten die doet denken aan de pestepidemieën van de Middeleeuwen. En dan te bedenken dat dit kinderspel is vergeleken met de komende gecombineerde crises van klimaatveranderingen, milieuvervuiling met uitsterving van dieren- en plantenwereld, grondstoffengebrek, onoverzienbare vluchtelingenstromen, hongersnoden, plunderingen, de ook weer onvermijdelijke pandemieën en (atoom) oorlogen. Hier komt bij mij als waarschuwing aan ons allen een ander vooruitziend beeld van Ananke naar voren, waarin de zucht en de fluistering van nu verworden zijn tot “de Schreeuw” als mogelijk laatste getuigenis van het bestaan van mensen.


Eward Munch, 1893. De Schreeuw. Nationaal
museum voor Schone Kunsten, Oslo.225

Einde van de fragmenten.

NASCHRIFT

‘De schreeuw’ is het angstaanjagend toekomstbeeld dat vooral jonge mensen in onze tijd depressief maakt. Dit boek zou een slecht advies inhouden als het hier zou eindigen.
Het tegendeel is het geval. ‘Onze’ Plato is een filosoof van alle tijden en geeft precies aan waardoor mensen uiteindelijk ook hiertegen opgewassen zullen zijn.
Als u dit super antidepressivum wilt innemen, lees dan mijn boek.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Mijn e-bo0k is te koop voor € 8,99 op www.boekenbestellen.nl ×
SERVICE
Contact
 
Vragen