€ 6,95

PRINT boek

  € 14,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur


  • Kevin de Fantast (boek)

  • Wereld Roel (boek)

Wereld Roel

Joke Adam • ebook • pdf

  • Samenvatting
    Wereld Roel is een magische plaats, waar gevoelens even tastbaar zijn als gewone materie. Als je er een wens doet, heb je kans dat een draakje die komt vervullen.
    Maar Wereld Roel is in gevaar. Rivieren raken vervuild en krioelen van zwarte wormpjes. Grote delen van het land zijn bezet door een volk dat zich de Lethargiërs noemt.
    Dan verschijnt er een doodgewone jongen in het land. Zijn naam is Roel, dezelfde als die van de wereld. De inwoners ontvangen hem als een langverwachte held en smeken hem om hun wereld te redden.
    Roel hapt meteen toe. Het is een wereld naar zijn hart en hij had altijd al een held willen zijn.
  • Productinformatie
    Binding : PDF
    Auteur : Joke Adam
    Bestandstype : PDF
    Distributievorm : Ebook (digitaal)
    Aantal pagina's : Afhankelijk van e-reader
    Beveiliging : Geen   Informatie 
    Uitgeverij : Niet bekend
    ISBN : Geen
    Datum publicatie : 11-2013
  • Inhoudsopgave
    niet beschikbaar
  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 6,95

niet beschikbaar

direct, via download
Veilig betalen Logo
Delen 

Informatie
Herroepingsrecht is uitgesloten voor eBooks. Een download van een eBook of luisterboek is niet meer te herroepen op het moment dat u, na aanschaf van het e-book, de download heeft gestart.

Fragment

Midden op de aardeweg, uit het niets, verscheen een jongen. Hij staarde roerloos naar de heuvels, de gele en groene velden, naar de weg. Zijn natte, plastic regenjas blonk in het vroege zonlicht. Er was geen wolk aan de hemel, zelfs geen vliegtuigstreep. De jongen kneep zijn ogen dicht en keek opnieuw. Het landschap was niet veranderd. Hij ademde diep in en rook stof en mest. Achter hem knerpten er wielen. Hij keek om. Een grote man duwde een houten kar. Hij had een bruine huid en was helemaal kaal. Op de kar lagen manden met eieren en houten kooitjes met kippen. Gekakel voegde zich bij de andere geluiden.
“Goede morgen!” riep de kale man.
“Goede morgen,” hakkelde de jongen. “Waar ben ik? Wat is er gebeurd?”
“Je bent hier zonet uit het niets verschenen.” De man lachte nog breder en stak zijn hand uit. “Welkom in het Hartland! Ik ben Opti. Hoe heet jij?” vroeg hij.
“Ik? Roel.” Aarzelend schudde hij Opti’s hand.
“Roel?” schrok de kale man. Hij sprong een halve meter achteruit en spreidde zijn armen.
“Zei je… Roel?”
“Euh, ja.”
“Zeker? Geen Roem of Doel of…?”
“Ik ken toch mijn eigen naam!” protesteerde Roel.
“Ja, ja natuurlijk,” zei Opti heel wat minder luid. Hij greep de hendels van de kar en duwde hem een stap naar voren.
“Waar kom je vandaan?” vroeg hij dan.
Nu keek Roel weg. Hij staarde naar de verte, waar twee zwaluwen over een maïsveld dartelden.
“Of ben je hier misschien ontstaan?” suggereerde Opti.
“Misschien wel,” loog Roel. Hij wilde niet over thuis spreken. Hij wilde er zelfs niet aan denken. “Naar waar ben jij op weg?”
“Ik ga naar de stad. Vandaag is het markt in Hartstad. Heb je soms zin om mee te komen? Je mag, hoor!”
Roel keek rond. Hij kende de plaats niet. Hij kende niemand hier.
“Goed,” besliste hij.
Terwijl ze stapten praatte Opti enthousiast verder. Hij vertelde over zijn vrouw en kinderen, over de kippen en over de stad.
“Hartstad is de grootste en de mooiste stad van de wereld,” zei hij.
“Is het jullie hoofdstad?” vroeg Roel.
“De Hartstad,” benadrukte Opti. “Ik heb al wel gehoord over die gewoonte om belangrijke dingen naar het hoofd te noemen. Alsof het hoofd het belangrijkste is! Daar doen wij niet aan mee.”
Naarmate ze dichter bij de stad kwamen werd het drukker op de weg. Een jong meisje op een step slalomde tussen karren getrokken door paarden of ossen en tientallen voetgangers.
“Waar ik vandaan kom zijn de karren in metaal. Ze stinken en maken lawaai,” zei Roel. “Ze rijden vanzelf en daarom gebruikt iedereen ze.”
Opti lachte. “Dat klinkt speciaal. Nee, zoiets kennen wij niet.”
“Je mist niet veel,” verzekerde Roel hem.
Ze zetten er nu flink de pas in. Het landschap glooide lichtjes, met elke verdere heuvel iets blauwer getint. De kleuren werden intenser naarmate de zon opkwam.
“Bij ons was het avond toen ik verdween,” vertelde Roel. “Toch voel ik me uitgerust.” Hij trok zijn natte jas uit.
Ze kwamen aan op de top van een heuvel. Opti wees naar de volgende heuveltop.
“Hartstad,” zei hij.
De stad strekte zich uit over de hele flank en vulde ook een deel van het dal. Op de top van de heuvel stond een kasteel met slanke torens.
“Bij ons zijn de steden grijs. De huizen zijn hoog en hebben honderden kleine raampjes.”
“Leuk,” vond Opti. “Heel veel mensen onder één dak.”
“Het is helemaal niet leuk!” barstte Roel uit. “Ze lopen elkaar voorbij zonder een goede dag te zeggen. Als ze al eens hun mond open doen is het om kwaad te spreken. Als je er wat anders uit ziet, als je maar iets van jezelf laat zien, dan lachen ze je uit. Zelfs de leerkrachten op school lachen je uit. Mijnheer Tanghe, de leerkracht Nederlands met zijn verhandelingen en zakelijke brieven… ik wil gedichten schrijven, zelf dingen bedenken...”
Hij hapte naar adem. Opti knikte hem toe. De glimlach op zijn gezicht had plaats gemaakt voor een ernstige blik.
“Ik ben zo dom geweest om hem één van mijn gedichten te tonen,” vervolgde Roel. “Hij heeft niet eens gezegd of hij het goed vond of niet. Hij heeft helemaal niets over het gedicht zelf gezegd. Hij zei alleen maar dat ik me beter zou bezighouden met nuttige dingen.”
Hij verstopte zijn gezicht achter zijn handen. Zijn kaken voelden warm en klam aan.
“Het spijt me,” zei hij. “Ik wilde je hiermee niet lastig vallen.”
“Maak je geen zorgen,” zei Opti. “De directie zal hem wel op het matje roepen.”
“Hem? Vergeet het. Als ik er iets van zou durven zeggen word ik zelf op het matje geroepen.”
“Dat zou bij ons niet waar zijn.”
Een helder rood dier vloog laag over de weg. Het was beslist geen vogel. Roel staarde het na en kon eindelijk mijnheer Tanghe uit zijn hoofd zetten. Had hij werkelijk een draakje gezien?
“Dit is een magisch land,” fluisterde hij. In een opwelling voegde hij eraan toe: “Een land waar emoties belangrijk zijn en waar de verbeelding regeert.”
“Dat van die emoties klopt wel, maar voor verbeelding moet je toch eerder in ons buurland Imaginië zijn,” verbeterde Opti.
×
SERVICE
Contact
 
Vragen