€ 17,00

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover Ambt Nederbetuwe Ambtsrekeningen en Ambtszaken 1388-1430
    Ambt Nederbetuwe Ambtsrekeningen en Ambtszaken 1388-1430 (boek)
  • Cover Ambt Nederbetuwe Ambtsrekeningen en Ambtszaken 1432-1497
    Ambt Nederbetuwe Ambtsrekeningen en Ambtszaken 1432-1497 (boek)

Ambt Nederbetuwe Ambtsrekeningen Claes Vijgh Bijlagen 1538-1580

Dr. P.D. Spies • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Dit 42e deel van de Serie Gerichtelijke Transcripties Nederbetuwe bevat de bijlagen van de ambtsrekeningen en dijkzaken van ambtman Claes Vijgh over de jaren 1538-1570, afkomstig uit diverse archieven van het Gelders Archief te Arnhem, en is de vijfde in een serie van zeven. De bijlagen van de ambtsrekeningen en dijkzaken spreken voor zich, daar zij ondersteunend bewijs leveren voor de ambtsrekeningen.
    Van geheel andere aard is het geschil over de ambtsrekeningen over de jaren 1543-1570 tussen ambtman Claes Vijgh en het Hof (met name de momber-aanklager en de landrentmeester), waarbij zich in 1559 ook de nieuw ingestelde Rekenkamer voegde. Het grootste gedeelte van dit boek is gewijd aan dit geschil met tal van stukken van alle partijen. Het feitelijke probleem ontstond met de overgang van Gelderland als hertogdom naar het keizerrijk van Karel V in het jaar 1543. Ondanks dat goede afspraken waren gemaakt in het Tractaat van Venlo over het behoud van rechten en privileges hadden de heren van het Hof en later de Rekenkamer daar andere ideeën over. Vanaf het begin trokken de rent- en rekenmeesters veel meer macht naar zich toe dan hun door keizer Karel V was toebedeeld. En dat veroorzaakte vanzelfsprekend problemen met de officieren en de ambtlieden. Nu hadden de rekenmeesters van de Algemene Rekenkamer van de keizer te Brussel nogal wat moeite met de opstelling van het Hof en de Rekenkamer te Arnhem. Zij gaven aan dat de rekeningen van de ambtlieden normaliter weinig opleverden aan ontvangsten en doorgaans meer schulden moesten worden betaald namens de keizer. Men zat in Brussel helemaal niet te wachten op grote problemen met de ambtlieden en officieren. Voor Claes Vijgh was dat een soort van reddingsboei, zodat hij geregeld een verzoek in Brussel kon indienen met klachten over de onrechtmatige wijze waarop men in Arnhem met zijn zaken omging. Met name daar de rekenmeesters en het Hof van Gelre en Zutphen vooral gebruik maakten van het zogenaamde “leoninam societatem”, dat wil zeggen dat zij wel de lusten wilden hebben maar niet de lasten wilden dragen. Die opstelling leidde tot gigantische maar ongegronde claims vanuit Arnhem tegen Claes Vijgh tot een bedrag van ongeveer tienduizend gulden, zonder dat er een oplossing kwam. Weliswaar heeft het Hof enkele sententies uitgevaardigd om hem te dwingen tot betaling, maar dat is nooit gelukt. Wel heeft ambtman Claes Vijgh vanaf 1571 tot het einde van zijn ambtsbediening in 1579 geweigerd over die jaren nog ambtsrekeningen in te dienen.
    Het valt niet uit te sluiten dat men vanuit Arnhem zo rigoureus reageerde tegen ambtman Claes Vijgh vanuit geheel andere motieven, zoals de moeizame verhouding met hem en zijn gezin, bijzonder zijn zoon Dirck Vijgh, en de jarenlange machtsstrijd tusen de Staten van Gelderland en het Hof, waarbij Claes Vijgh de Staten steunde. Beide zaken vielen voor het Hof ongunstig uit.
    Hoe het ook zij, tijdens het leven van Claes Vijgh is door hem niets betaald en is het feitelijke probleem nooit opgelost. Dat gebeurde pas jaren na zijn dood in 1597 door zijn zoon Dirck Vijgh (zie voormeld boek). Claes klaagde nog wel vlak voor zijn dood in het jaar 1580, dus na de omwenteling van Gelderland naar de zijde van Oranje, over hetgeen hem door de tyrannieke heersers van Arnhem was aangedaan. Al met al wel een heel interessane materie en vooral een bijzondere inkijk in de beweegredenen van Hof en Rekenkamer te Arnhem. Meer dan de moeite waard om het nader te onderzoeken.
    Deze transcriptie is voorzien van een naamregister en verduidelijkende voetnoten.

    Dr. Peter Dirk Spies (Amersfoort, 1955) promoveerde in 2017 aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn op de studie: De classis van Tiel 1579-1816. De gereformeerde kerk in de Nederbetuwe in het spanningsveld van politieke machten en maatschappelijke veranderingen. Hij is onder andere werkzaam geweest als hoofd van een afdeling archief, bibliotheek en documentatie, als theoloog binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en als jurist in bestuursrechtelijke zaken. Daartoe volgde hij enkele archiefopleidingen en bekwaamde zich in bestuursrecht en paleografie. Hij heeft vele transcripties, artikelen en boeken geschreven, waarvan het laatste boek Dirck Vijgh (1531-1615). Schetsen uit het leven van de ambtman van Nederbetuwe in 2020 verscheen.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 170mm x 240mm
    Aantal pagina's : 269
    Uitgeverij : Dr. P.D. Spies (druk Pumbo)
    ISBN : 9789464436648
    Datum publicatie : 10-2022
  • Inhoudsopgave
    Eerste gedeelte van de inhoudsopgave:

    1. Bijlagen dijkzaken 1538-1542 (pagina 23)
    2. Bijlagen ambtsrekeningen 1549-1570 (pagina 26)
    3. Stukken rakende het geschil tussen de Rekenkamer en ambtman Claes Vijgh tussen 1544 en 1580
    (pagina 98).
    -----

    1. Bijlagen dijkzaken 1538-1542

    RAG archief 0001 boek 4810: Brief van hertog Wilhem van Gelre aan ambtman Claes Vijgh met verzoek om op 3 oktober zich te Arnhem te willen vervoegen in een drafharnas om een tijd met de hertog mee te gaan rijden, de dato 29-09-1539 (pagina 23).

    RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Philips de Gier voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over het jaar 1541 (pagina 23).

    RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Gerrit van Grootvelt voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over het jaar 1541 (pagina 23).

    RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Arnt Uijtenweerde voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over de jaren 1541-1542 (pagina 24).

    RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Gerrit van Grootvelt voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over het jaar 1542 (pagina 24).

    RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Philips de Gier voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over het jaar 1542 (pagina 24).

    RAG archief 0001 boek 4810: Brief van hertog Wilhem van Gelre aan ambtman Claes Vijgh over het tijdelijk opschorten van de boete op de dijkschouw van de dijken van Oswald II, Graaf van den Bergh, de dato 04-03-1542 (pagina 25).

    RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de landschrijver Herberen Woutersen voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over de jaren 1538-1541, de dato 06-09-1542 (pagina 25).


    2. Bijlagen ambtsrekeningen 1549-1570

    RAG archief 0012 nummer 5207: Sententie (beschadigd) van de Landschap tussen Walraven van Gendt en Claes Vijgh omtrent de afdoening van de verkoop van het Ambt van Nederbetuwe door Willem van Gent en diens conflict met Lambert van Bueren, de dato 07-06-1538 (pagina 26).

    RAG archief 0012 nummer 5207 Begin van de bijlagen bij de ambtsrekeningen van ambtman Claes Vijgh over de jaren 1549-1570 (pagina 26).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Vrijgeleide afgegeven door Philips van Lalaing, de stadhouder van Gelderland voor Zeger Joesten, die verdacht wordt van een dodelijke neerslag van Johan Woltersen, afgegeven voor een periode van drie maanden en nog verlengd, de dato 19-03-1549 (pagina 27).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Uittreksel uit het gerichtssignaat van Tiel betreffende een schepenvonnis tegen Cornelis Versteegh, Banier Dericksen en Guert van Nijell, de dato 11-03-1553 (pagina 28).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Belofte van Henrick Voegell als principaal en Claes van Avezaet als borg voor 750 goudgulden, als gevolg van een schepenvonnis, de dato 22-12-1553 (pagina 28).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van het Hof aan ambtman Claes Vijgh in antwoord op diens brief van 29 januari met verzoek om informatie over een zaak rond de betalingen van Frans van Zweten, ontvanger te Zoelen, aan de landrentmeester en andere schuldeisers en hem in bewaring zal stellen totdat alles is voldaan of voldoende borgen zijn gesteld, de dato 01-02-1555 (pagina 29).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van het Hof aan ambtman Claes Vijgh over een tegen hem aangespannen zaak te Nijmegen door Jan van den Poel en Claes Gerritsen, de dato 03-02-1555 (pagina 29).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van ambtman Claes Vijgh aan het Hof in antwoord op de brief van 1 februari rond de persoon, aanstelling en schuldeisers van Frans van Zweten, de dato 04-02-1555 (pagina 30).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Antwoord van ambtman Claes Vijgh aan het Hof op de brief van 3 februari betreffende de zaak tegen Johan van den Poel en Claes Gerritsen, de dato 05-02-1555 (pagina 31).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Kopie van een brief van het Hof aan de magistraat van Nijmegen in de zaak van Johan van den Poel en Claes Gerritsen contra ambtman Claes Vijgh, dat de ambtman zich terecht in Nijmegen niet in rechten begeeft omdat de zaak ambtshalve is geschied en dus voor het Hof dient te worden behandeld, de dato 06-02-1555 (pagina 32).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van het Hof aan ambtman Claes Vijgh in antwoord op die van 4 februari over de zaak van Frans van Zweten rakende de betaling van de keizerlijke schatpenningen, de familie van Rossem en anderen, de dato 06-02-1555 (pagina 33).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Antwoord van ambtman Claes Vijgh aan het Hof op de voorgaande brief over de zaak van Frans van Zweten, de dato 09-02-1555 (pagina 34).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van het Hof aan ambtman Claes Vijgh over de rechtszaak van Johan van den Poel en Claes Gerritsen tegen hem en betreffende de zaak rond Frans van Zweten, met aanwijzingen tot nader ingrijpen, de dato 11-02-1555 (pagina35 ).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van het Hof aan ambtman Claes Vijgh over een te publiceren bevel van de keizer, dat niemand van de onderdanen in krijgsdienst mag treden bij andere heren, de dato 11-02-1555 (pagina 36).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van het Hof aan ambtman Claes Vijgh over het laten publiceren van de plakkaten tegen de veranderingen van de munten etc., de dato 12-02-1555 (pagina37 ).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Stukken betreffende rechtszaken wegens geleden schade te Nijmegen tegen ambtman Claes Vijgh aangespannen door Jan van der Poel, Claes Gerritsen en schipper Laurens, waarbij de ambtman aangeeft dat die zaak bij het Hof moet worden behandeld, de dato 15-02-1555 (pagina 37).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de magistraat van Nijmegen aan het Hof over de in hun ogen rechtmatigheid van de behandeling van de zaak in Nijmegen tussen Johan van den Poel en de zijnen tegen ambtman Claes Vijgh, de dato 26-02-1555 (pagina 40).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Bekendmaking van de magistraat van Tiel, dat ambtman Claes Vijgh zijn zoon Dirck heeft gemachtigd om namens hem op te treden in de zaak met Johan van den Poel en de zijnen, met bijlagen, de dato 27-02-1555 (pagina 41).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de stadhouder aan ambtman Claes Vijgh met verzoek om op 12 of 13 maart naar Arnhem te komen om de problemen met de heerloze knechten en landlopers te bespreken, de dato 08-03-1555 (pagina 43).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de magistraat van Nijmegen aan ambtman Claes Vijgh, dat Johan van den Poel en de zijnen geen uitstel van de behandeling van de rechtszaak willen toestaan, de dato 18-04-1555 (pagina 43).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de stadhouder aan ambtman Claes Vijgh om op 8 mei met de andere officieren etc. naar Nijmegen te komen om daar het bevel van de keizer aan te horen etc. de dato 20-04-1555 (pagina 44).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van het Hof aan ambtman Claes Vijgh, dat hij de zaken tegen Jan van der Poel en anderen moet proberen in Nijmegen in vriendschap te vergelijken, maar dat hij daar niet in rechten mag staan, de dato 21-04-1555 (pagina 44).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Verklaring van de magistraat van Nijmegen, dat Johan van den Poel en Claes Gerritsen door ambtman Claes Vijgh volledig zijn voldaan door betaling van een bedrag van 18 keizersgulden, de dato 26-05-1555 (pagina 45).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Verklaring van Olivier Wtenweerd over de compositie door de ambtman Claes Vijgh van een nederslag begaan door Pons Gerritsen aan Henrick Maessen, de dato 15-06-1555 (pagina 46).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de stadhouder aan ambtman Claes Vijgh over de aanpak en vervolging van heerloze knechten en landlopers, vooral de afgedankte soldaten, de dato 11-10-1555 (pagina 46).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de stadhouder aan ambtman Claes Vijgh met een verzoek om alle geestelijken en bevolking op te roepen tot dankbaarheid, gebed en het houden van processies wegens de gesloten vrede met Frankrijk, de dato 24-03-1556 (pagina 47).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de magistraat van Nijmegen aan ambtman Claes Vijgh met verzoek om op 15 mei een bijeenkomst van de Landdag te willen komen bijwonen, de dato 01-05-1556 (pagina 48).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de stadhouder aan ambtman Claes Vijgh met ordonnantie om de bedelaars, straatschenders en lediggangers aan te pakken en naar de galeien te zenden etc., de dato 09-05-1556 (pagina 49).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Opdracht van de kanselier en raden aan ambtman Claes Vijgh om bepaalde zanden in de rivier de Rijn te omvaren en besteken en aldus gerichtelijk in bezit te nemen, de dato 25-07-1556 (pagina 49).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Antwoord van ambtman Claes Vijgh aan de kanselier en raden over het bevaren van middelzanden in de rivier de Rijn, met bijlagen, de dato 31-07-1556 (pagina 50).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de raden van Gelderland aan ambtman Claes Vijgh om alle geestelijken en de bevolking op te roepen tot processies, goede werken etc., ter afbidding van een goede reis voor keizer Karel V naar Spanje, de dato 28-09-1556 (pagina 51).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de kanselier en raden aan ambtman Claes Vijgh over en met toezending van het plakkaat tegen de dwalingen van de Luthersen en een catalogus van verboden boeken (niet bijgevoegd), de dato 18-12-1556 (pagina 52).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Kopie van een brief door ambtman Claes Vijgh geschreven aan de kanselier en raden met de vraag hoe hij moet handelen met het koren in twee aangehouden schepen, de dato 15-01-1557 (pagina 52).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Kopie van een brief van de kanselier en raden aan ambtman Claes Vijgh op diens brief van 15 januari hoe hij moet handelen met het koren in twee aangehouden schepen, de dato 16-01-1557 (pagina 53).
    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van kanselier en raden aan ambtman Claes Vijgh over een weggedreven en door vissers van Tiel aangetroffen schuit van Johan Robbertsen, met aantekening dat de Heer van IJzendoorn dit ook claimt, met bijlage, de dato 23-01-1557 (pagina 54).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Verklaring voor Rutger Spaen en Derick de Haes, schepenen van Tiel, afgelegd door een drietal getuigen over een door hen aangehaalde en afgemeerde schuit, op grond waarvan ambtman Claes Vijgh op 6 maart schrijft aan de Heer van IJzendoorn, de dato 02-02-1557 (pagina 55).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de kanselier en raden aan ambtman Claes Vijgh met de vraag en het bevel om te onderzoeken waarom de heemraden van Nederbetuwe hun eed hebben opgezegd en eventuele achterstallige betalingen voor te schieten, dat later zou worden verrekend, de dato 10-02-1557 (pagina 56).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Antwoord van ambtman Claes Vijgh aan de kanselier en raden op de brief van 10 februari met een verklaring van de heemraden, dat die hun eed hebben opgezegd omdat hun onkosten door de Landschap niet worden vergoed, de dato 16-02-1557 (pagina57 ).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Gerichtelijke verklaring van Gerrit van den Steenhuijs en Rutger Versteeg over de compositie door ambtman Claes Vijgh met Jaspar Jansen, die een neerslag had begaan aan Loef Jansen, de dato 16-02-1557 (pagina 58).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de stadhouder aan ambtman Claes Viijgh om op 14 maart met alle andere bannerheren, ridders en steden te Arnhem te verschijnen op last van de koning van Spanje, de dato 16-02-1557 (pagina 59).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de kanselier en raden aan ambtman Claes Vijgh met een nadere interpretatie en aanvulling op het plakkaat over de verkoop en uitvoer van koren en graan, de dato 27-02-1557 (pagina 59).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van ambtman Claes Vijgh aan de Heer van IJzendoorn, die recht claimde op een weggedreven en gevonden schuit, maar blijkens de getuigenis van 2 februari hem niet toebehoort, de dato 06-03-1557 (pagina 60).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van ambtman Claes Vijgh aan kanselier en raden als antwoord op de brief van 23 januari over de gevonden schuit van Jan Robbertsen, de dato 09-03-1557 (pagina 61).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de kanselier en raden aan ambtman Claes Vijgh met een nadere uitleg over het verbod tot het verkopen en uitvoeren van koren en graan, de dato 18-03-1557 (pagina 61).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de stadhouder aan ambtman Claes Vijgh met nadrukkelijk bevel om de plakkaten en ordonnanties tegen de uitvoer van koren en graan strikt te handhaven, de dato 20-03-1557 (pagina 62).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Brief van de stadhouder aan ambtman Claes Vijgh om te laten publiceren dat het aan een ieder is verboden om zich in vreemde krijgsdienst te begeven, bijzonder onder de koning van Frankrijk, de dato 24-03-1557 (pagina 63).

    RAG archief 0012 nummer 5207: Verklaring van Huibert Gijsbertsen en Gijsbert van den Geijn over de compositie verricht door ambtman Claes Vijgh van een ongeluk of neerslag door Jacob de Gier begaan aan Thijs Petersen, de dato 06-04-1557 (pagina 64).
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 17,00

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Eerste gedeelte van dit boek:

RAG archief 0001 boek 4810: Brief van hertog Wilhem van Gelre aan ambtman Claes Vijgh met verzoek om op 3 oktober zich te Arnhem te willen vervoegen in een drafharnas om een tijd met de hertog mee te gaan rijden, de dato 29-09-1539.

Unserem lievenn getruwenn Claiss Vighe, amptman in Nederbetauw.

Wilhelm hertouch to Gelre, Guijlich, Cleve ind Berge, Greve to der Marck, Zutphen und Ravensberge, Her to Ravensteijn etc.

Lieve getrouwe.
Unse meijnong ind gesijnnen is, dat gij u op naestkomenden vrijdach den avont, nemtplick den III dach des toekomenden maentz octobris, oder den folgenden saterdach to middaige mit uwen draffharnische sonder hoefftharnisch hier bij uns to Arnhem verfuegen, gestalt eijne korte tijt mit uns to rijden, wie gij u alhier vernenemen werdt. Versien wij uns alsoe tot u.
Gegeven in unser stat Arnhem den XXIXten dach septembris anno etc. XXXIXo.
----------

RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Philips de Gier voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over het jaar 1541.

Ick Philips die Ghier scholtz in der tijt bekenne mitz deesen mijnre handtscrijft, dat Claes Vijghe amptman in Nederbetuwe mij van weegen mijns genedigen lieven heren tot volnisse zijnre furstelicke genaeden cledonge in anno etc. XLIo uijtricht ind betaelt heeft vijff golden gulden ind bedanck mij dairvan gueder betaelonge. Tot kennisse der waerheijt soe heb ick Philips die Ghier vurscreven dijt handtscrijft mit mijn selffz handt onderteijckent.
Philips die Gier.
----------

RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Gerrit van Grootvelt voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over het jaar 1541.

Ick Gerrit van Groetfelt scholtz in der tijt bekenne mitz dieser mijner hantschrieft, dat Claes Vighe amptman in Nederbetuwe, mij van wegenn mijns genedigen lieven heren tot volnijsse sijnre furstelicke genaeden kledinge in anno XLI uutgericht innd betailt heft vijff golden gulden, innd bedanck mij dairvan gueder betaelinge. Tot kennisse der wairheit soe heb ick Gerrit van Groetfelt vurscreven dit hantschrift mit mijns selffs hant underteickent.
Gherijt van Groetfelt.
----------

RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Arnt Uijtenweerde voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over de jaren 1541-1542.

Ick Aert Uijtenweerde scholtz in der tijt bekenne mitz deesen mijn eijgen handtscrijft, dat Claes Vijghe, amptman in Nederbetuwe, mij van weegen mijnen genedigen lieven heren tot volnisse zijnre furstelicke genaeden cledonge in anno etc. XLI ind XLII uijtgericht ind betaelt heeft jairlix vijff golden gulden ind bedanck mij dairvan gueder betaelonge. Tot kennisse der waerheijt soe heb ick Aert Uijtenweerde vurscreven dijt handtscrijft mit mijn selffz handt onderteijckent.
Aernt uuten Werd.
----------

RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Gerrit van Grootvelt voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over het jaar 1542.

Ick Gerrit van Groetfelt scholtz in der tijt bekenne mitz dieser mijner hantscriefft, dat Claes Vijge, amptman in Nederbetuwe, mij van wegen mijnes genedigen lieven heren tot volnisse sijnre furstelicke genaeden kledonge in anno etc. XLII utgericht innd betailt heft vijff golden gulden innd bedanck mij dairvan guede betaelinge. Tot kennisse der waerheit soe heb ick Gerrit van Groetfelt vurscreven dit hantschrieft mit mijns selffz hant underteickent.
Gherijt van Groetfelt.
----------

RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de schout Philips de Gier voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over het jaar 1542.

Ick Philips die Ghier scholtz in der tijt bekenne mitz deesen mijnre hantscrijft, dat Claes Vijghe, amptman in Nederbetuwe, mij van voergenanten mijns genedigen lieven heren tot volnisse zijnre furstelicke genaeden cledonge in anno etc. XLII uijtgericht ind betaelt heeft vijff golden gulden ind bedanck mij dairvan guede betaelonge. Tot kennisse der waerheijt soe heb ick Philips die Ghier vurscreven dijt handtscrijft mit mijn selffz handt onderteijckent.
Philips die Gier.
----------

RAG archief 0001 boek 4810: Brief van hertog Wilhem van Gelre aan ambtman Claes Vijgh over het tijdelijk opschorten van de boete op de dijkschouw van de dijken van Oswald II, Graaf van den Bergh, de dato 04-03-1542.

Unnserem amptman in Nederbetouwe und lieven getrouwen Claessen Vijghen.

Wilhem hertough tho Guilich, Gelre, Cleve und Berge, Grave tho der Marck, Zutphen unnd Raevensberge, Her tho Ravenstein etc.

Lieve getruwe.
Uns hefft die waelgebaren unse neve und lieve getruwe Oestwalt greve van den Berge to kennen gheven latenn, wie hij gebreckzhalven eijns umbgelachten dijckztochten umb broecken van veirtich ader vijfftich goltgulden gefordert werden sulde. Des hij doch vermeijnden (diewijele dieselvige dijck genoichsam gemaickt und verwart gewest) niet plichtich tho sijnn unnd ons demnae omb qwijtscheldongh sulcker broecken gebedenn. Dem wij oick (wan die dijngen der maten belegen und gheijn ander beschwereniss op sich heddenn) alsoe waell geneicht. Indem eth nu enige ander gelegenheit ader beschwereniss were, soe is unnse meijnongh und beveell, dat gij ons uwen bericht dairvan schrifftlichen tho kennen gheven, uns dairnae hebben tho richtenn. Oick in middeler tijt die forderongh derselvigen broicken anstaen und berusten latende unnd ferner dairinne niet procedieren biss tot sulckenn bericht und unnserem bescheijde. Als wij unns des alsoe tot u versien.
Gegeven in vrijer stat Nijmmegen den IIIIden dach martii anno etc. XLIIo.
----------

RAG archief 0001 boek 4810: Kwitantie van de landschrijver Herberen Woutersen voor de ontvangst van zijn kledinggeld van ambtman Claes Vijgh over de jaren 1538-1541, de dato 06-09-1542.

Ick Herberen Woutersen bekenne mitz deesen mijnre hantscrift, dat Clais Vijghe amptman in Nederbetouwen mij van weegens mijns genedigen lieven heren in anno etc. acht ind dartich, negen ind dartich, veertich ind een ind veertich jairlix tot een cleedonge nae vermoegen mijn verscrijvonge uijtgericht ind betaelt heeft thien golden gulden ind bedanck mij dairvan gueder betaelingen. Orkonde der wairheijt heb ick Herberen vurscreven mijnen naeme ind gewoentlicke hanteijken hieronder gescreven opten VIen dach septembris anno etc. XLIIo.
Herberen Woutersen.
----------

RAG archief 0012 nummer 5207: Sententie (beschadigd) van de Landschap tussen Walraven van Gendt en Claes Vijgh omtrent de afdoening van de verkoop van het Ambt van Nederbetuwe door Willem van Gent en diens conflict met Lambert van Bueren, de dato 07-06-1538 .

#Uuijten quoijere ofte bouck van g[herichtelicke] urtheilen bij verordente der Lantscap zu Nijenmeegen ergangen anno XVCXXXVIII#

18.
Op vrijdach post Exaudi .

Soe Walraven van Gendt restitution des Ampts van Nederbetu overmits des opgerichte verdrachs van der Lantscap eijscende is durch kraft zijnre brieve, mennichvoldigen voergedragen ende gethoent, ende Claes Vijge, als naevolger zelige Lambert van Bueren voir alsulcke restitution oemudich zijn sall ende nijet behooren, gemerct Willem van Gent des voorscreven Ampts nijet spoliert dan met zijnen eijgen wil vercoft heeft, ende daerop pennonghen op diversche stonden, luijt des voorscreven koeps, ontfangen nae vermoegen Wijlhems van Gent quitancie ende zijnre volmechtigen, heft die Lantscap erkant ende verclaert, ende overmits desen erkent ende cleert, dat Claes Vijge gehalden zal wesen dat verdrach ende coep vurscreven in allen sijnen articulen to voltrecken ende Walraven van Gent voorscreven daeraf voldoen. Ende die onverstanden noch t' verclaeren zijn, sullen beijde van stonden aen sceidber vriende kiesen ende hebben mit toedoen der Lantscappe als overman, omme bij denselven t' doin ende t' laeten. Ende der spolianten halven sal men nijet wijder mentioen maecken, zoe quaede betaelonge geenen erfkoep breken en can, sullen sij beijde hieromme gelijckerhande in den oncosten die verclaert zullen werden den Lantscappe ghehalden zijn.

#Hierbij blijckt, dat Willem van Gendt de pantscap van den amptmannije van Nederbetuwe toebehoert heeft ende dat de rekeninghen bij hem daervan gedaen nijet gedaen en zijn als een huijerlinge maer als een pandtholder#
---------- ×
SERVICE
Contact
 
Vragen