€ 14,95

ePUB ebook

  € 9,99

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover De Gods soevereiniteit van God
    De Gods soevereiniteit van God (ePUB)

De Gods soevereiniteit van God

Arthur Pink & Pieter Weeber • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Veel mensen vandaag de dag geloven niet meer dat aardse zaken door God worden bestuurd. Zij vragen zich openlijk af wie op aarde nu werkelijk de touwtjes in handen heeft: God of de Duivel. Dat de Here God het voor het zegen heeft in de hemel wordt voetstoots aangenomen, maar dat Hij ook zeggenschap heeft over de aarde wordt door velen ontkend, zij het niet altijd openlijk. Hoe langer hoe meer wordt God, de Schepper, naar de achtergrond gedrongen.

    Neem alleen eens de stoffelijke wereld. Weinigen geloven nog maar dat God direct betrokken is bij Zijn schepping. Alles verloopt via onpersoonlijke en abstracte natuurwetten. Zo wordt de Schepper losgeweekt van en verbannen uit Zijn eigen schepping. In veel kerken staat de scheppingsleer van het boek Genesis onder druk en bestaat de tendens om de evolutieleer van Charles Darwin te omarmen.

    De doctrine van Gods absolute soevereiniteit is het grote aanvalswapen tegen de menselijke trots. Ze staat in scherp contrast met de “leringen van mensen”. In deze tijd beroemt de mens zich op zijn eigen kunnen en verheerlijkt hij zichzelf. Maar de waarheid van Gods soevereiniteit met alles wat eraan vastzit doet iedere trots verstommen en vervult de mens in plaats daarvan met een geest van nederigheid.

    Er kan geen voortgang zijn in ons geloof als er geen persoonlijke erkenning is dat God oppermachtig is, dat Hij gevreesd en vereerd wordt en dat wij Hem belijden en dienen als Here. Het lezen van de Schrift is zinloos, tenzij wij tot Hem komen met de vurige wens om Zijn wil voor ons leven beter te leren kennen.

    De schrijvers, Arthur Pink en Pieter Weeber, beschrijven op heldere wijze dat God onteerd wordt als Zijn Soevereiniteit in twijfel wordt getrokken. Zij gaan in op de veelgehoorde kritiek op deze doctrine en weerleggen deze aan de hand van vele Schriftplaatsen.

    Moge dit boek ertoe bijdragen dat God, de Here, weer de plaats zal krijgen die Hem toekomt.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 173
    Uitgeverij : Niet bekend
    ISBN : 9789082075328
    Datum publicatie : 11-2013
  • Inhoudsopgave
    INHOUDSOPGAVE

    ACHTERGROND ARTHUR PINK EN PIETER WEEBER

    Hoofdstuk 1 - HEDENDAAGSE KRITIEK OP GODS SOEVEREINITEIT

    Hoofdstuk 2 - WAT WORDT BEDOELD MET GODS SOEVEREINITEIT?

    Hoofdstuk 3 - GODS SOEVEREINITEIT IN DE SCHEPPING

    Hoofdstuk 4 - SOEVEREINITEIT IN ZIJN HEERSCHAPPIJ

    Hoofdstuk 5 - SOEVEREINITEIT IN DE REDDING VAN DE MENS

    Hoofdstuk 6 - SOEVEREINITEIT EN DE MENSELIJKE WIL

    Hoofdstuk 7 - SOEVEREINITEIT EN VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE MENS

    Hoofdstuk 8 - SOEVEREINITEIT EN HET GEBED

    Hoofdstuk 9 - ONZE HOUDING TEN OPZICHTE VAN GODS SOEVEREINITEIT

    Hoofdstuk 10 - BEZWAREN EN MOEILIJKHEDEN

    Hoofdstuk 11 - DE WAARDE VAN DEZE DOCTRINE

    Hoofdstuk 12 - BIBLIOGRAFIE
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 14,95

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

HOOFDSTUK 2 – WAT WORDT BEDOELD MET GODS SOEVEREINITEIT?

In 1 Kronieken 29:11 wordt Gods soevereiniteit helder verwoord door de wijste man die er ooit op aarde heeft geleefd, koning Salomo: Van U, HEERE, is de grootheid, de macht, de luister, de kracht en de majesteit. Want alles wat in de hemel en op de aarde is, is van U. Van U, HEERE, is het Koninkrijk, en U hebt Zich verheven tot een Hoofd boven alles.

Gods soevereiniteit was eens een uitdrukking die door iedereen werd begrepen. Deze term dook geregeld op in de religieuze literatuur. Het was een thema dat veelvuldig vanaf de kansel werd verkondigd. Het was de waarheid die troost gaf bij beproevingen en vastheid aan het dagelijkse leven met Christus. Als je nu over Gods soevereiniteit preekt, wekt dat veel weerzin. Daarom spreken veel predikanten over “de Eeuwige”. Deze benaming lokt minder kritiek uit. Bovendien is het thema van dit boek voor velen een bijna dode taal geworden, iets wat overgewaaid is uit een grijs verleden.

Het tegendeel is echter het geval. Gods soevereiniteit is de sleutel van de geschiedenis. Ze is het fundament van de Christelijke theologie. Deze leer wordt helaas verwaarloosd en weinig begrepen. Maar wat bedoelen wij nu precies met soevereiniteit? Kort gezegd: het is de opperheerschappij van God, het koningschap van God en de godheid van God.

Het verdient altijd aanbeveling om de Heilige Schrift aan het woord te laten, als wij Bijbelse begrippen willen definiëren. Hier volgen enkele tekstgedeelten die invulling geven aan deze definitie:

1) Daniël 4:35 Al de bewoners van de aarde worden als niets geacht. Hij doet
naar Zijn wil met de legermacht in de hemel en de bewoners van de aarde. Er
is niemand die Zijn hand kan wegslaan of tegen Hem kan zeggen: Wat doet
U?
2) Psalm 115:3 Onze God is immers in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.
3) Psalm 22:28-29 Alle einden der aarde zullen eraan denken en zich tot de
HEERE bekeren: alle geslachten van de heidenvolken zullen zich voor Uw
aangezicht neerbuigen. Want het koningschap is van de HEERE, Hij heerst
over de heidenvolken.
4) 1 Timotheüs 6:15-16 De zalige en alleen machtige Heere, de Koning der
koningen en Heere der heren, zal Hem op Zijn tijd laten zien, Hij Die als enige
onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen
mens gezien en niemand kan Hem ook zien. Hem zij eer en eeuwige kracht.
Amen.

Dat is nu de God van de Bijbel. Hoever staat deze God van de Bijbel af van de God van het moderne Christendom. Het Godsbeeld dat vandaag de dag op grote schaal overheerst, zelfs bij hen die beweren aandacht te schenken de Schrift is een armzalige karikatuur, een godslasterlijke verdraaiing van de Waarheid. De God van de 21ste eeuw is een voorwerp van medelijden in plaats van een groot ontzag inboezemende God. Volgens velen wil God het hele menselijk geslacht redden, maar wordt Zijn wil gedwarsboomd en wordt Zijn Zoon teleurgesteld dat zo weinigen tot Hem komen. Het is duidelijk dat de grote meerderheid van het mensdom sterft in zijn zonde en een afschuwelijke eeuwigheid tegemoet gaat.

Maar als men beweert dat God “Zijn uiterste best” doet om het mensdom te redden, maar dat de meerderheid dat niet wil, dan wil dat zeggen dat de Schepper onmachtig is en dat het schepsel almachtig is. Je kunt daar de duivel wel de schuld voor geven, maar dat lost de moeilijkheid niet op, want als satan Gods bedoeling dwarsboomt dan is hij in plaats van God almachtig. Door te zeggen dat Gods oorspronkelijke plan door de zonde onmogelijk gemaakt wordt, onttronen wij God en degraderen wij de Allerhoogste tot het niveau van een zich vergissend sterfelijk mens.

Wij ontnemen God, de Heere, dan Zijn eigenschap van Almacht en maken Hem tot een hulpeloze toeschouwer. Wij ontkrachten dan wat de Heilige Schrift in Psalm 76:10 zegt: Want de woede van mensen zal U tot lof zijn, wat aan woede overblijft, zult U beteugelen.

Als de soevereiniteit van de God ontkend wordt, dan vervallen wij tot atheïsme. Als wij belijden dat God soeverein is dan bevestigen wij Zijn almacht over alles wat bestaat, het zichtbare en het onzichtbare. Wij bevestigen Zijn recht van de pottenbakker: Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp klei het ene voorwerp tot een eervol, het andere tot een oneervol voorwerp te maken?: En is het niet zo dat God, omdat Hij Zijn toorn wilde bewijzen en Zijn macht bekendmaken, met veel geduld de voorwerpen van Zijn toorn, voor het verderf gereedgemaakt, verdragen heeft? En dat met het doel om de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van Zijn ontferming, die Hij van tevoren bereid heeft tot heerlijkheid? (Romeinen 9:20-23)

Wij bevestigen dat de Heere God niet is onderworpen aan welke wet of regel ook buiten Hem om. Hij hoeft aan niemand rekenschap af te leggen. Zijn soevereiniteit kenmerkt het Wezen van God. Hij is soeverein in all Zijn eigenschappen en in de uitoefening van Zijn macht. Dit feit wordt bewezen op iedere bladzijde van de Bijbel. Soms lijkt het alsof Zijn macht voor een lange tijd latent aanwezig is. Maar dan openbaart deze zich plotseling en onweerstaanbaar. Farao verstoutte zich om Israël te weigeren God offers te brengen in de woestijn. En wat gebeurde er? God toonde Zijn almacht door het volk te bevrijden en het leger van de farao te doen omkomen in de Rode Zee.

God handelt telkens op een andere wijze dan wij verwachten. Niet lang daarna vielen de Amalekieten Israël aan in de woestijn. Manifesteerde God, de Here, Zich zoals Hij dat deed bij de Egyptenaren aan de Rode Zee? Werden deze vijanden direct overweldigd en vernietigd? Nee, in tegendeel. Hij zwoer: De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn, van generatie op generatie! (Exodus 17:16b). Als de verovering van Kanaän begint, is Jericho de eerste stad die moet worden ingenomen. Israël hoefde geen pijl af te schieten of het zwaard te hanteren om die stad te veroveren. De Heere strekte Zijn hand uit en de muren vielen om. Maar dit wonder is nooit meer herhaald. Geen enkele stad werd op die manier ingenomen. Iedere andere vesting moest met de scherpte van het zwaard veroverd worden.

De Bijbel geeft tal van andere voorbeelden van Gods soevereine macht. David versloeg de reus Goliath. De muilen van de leeuwen in de leeuwenkuil waren toegesloten en Daniël ontsnapte aan de dood. Sadrach, Mesach en Abednego kwamen ongedeerd tevoorschijn uit de brandende oven. Maar Gods macht kwam niet altijd tussenbeide. In Hebreeën 11:36-37 lezen wij En weer anderen hebben spot en geselslagen verdragen, ja zelfs boeien en gevangenis. Zij zijn gestenigd, in stukken gezaagd, in verzoeking gebracht, met het zwaard ter dood gebracht. Zij hebben rondgelopen in schapenvachten en geitenvellen. Zij leden gebrek, werden verdrukt en mishandeld.

Waarom werden deze geloofshelden niet bevrijd? Waarom voorkwam Gods macht niet de dood van deze mensen? Waarom werd Stefanus gestenigd en Petrus bevrijd uit de gervangenis? Het antwoord daarop is: “God is soeverein in Zijn werken”. Waarom werd Methusalem een levenskracht geschonken die hem langer deed leven dan ieder ander mens op aarde? Waarom ontving Simson een lichamelijke kracht die geen enkel menselijk wezen later ooit nog heeft gehad? Waarom hebben sommige mensen zoals Bill Gates een vermogen, dat genoeg is om de opgelopen schuldenlast in Nederland voor een groot gedeelte in één klap af te lossen? Het antwoord is omdat God soeverein is en doet wat Hij wil. Die soevereiniteit strekt zich ook uit tot Zijn genade.

Genade is geen recht voor iedereen. Genade is de aanbiddelijke eigenschap van God om medelijden te hebben met ellendigen en bedroefden. Dat is geen recht waarop wij aanspraak kunnen maken. Genade verdienen is een tegenstrijdigheid. De apostel Paulus heeft dat heel helder geformuleerd: Want Hij zegt tegen Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben. Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt. (Romeinen 9:15-16)

God geeft Zijn genade dus aan wie Hij wil en onthoudt die aan anderen en dat alles naar Zijn wil. Een opmerkelijke illustratie van dit feit is de reactie van God op de gebeden van twee mensen in min of meer gelijke omstandigheden. Mozes kreeg om één enkele daad van ongehoorzaamheid van God te horen dat hij zou sterven. Hij smeekte de Heere God om genade. Werd zijn vurige wens vervuld? Nee, want we lezen: Maar de HEERE was verbolgen op mij, vanwege u, en Hij luisterde niet naar mij. En de HEERE zei tegen mij: Laat het u genoeg zijn; spreek niet meer tot Mij over deze zaak. (Deuteronomium 3:26).

Laten wij nu eens kijken naar het tweede geval. Koning Hizkia is dodelijk ziek. De profeet Jesaja komt hem bezoeken en zegt het volgende tegen hem: In die dagen werd Hizkia ziek, tot stervens toe. Toen kwam de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, bij hem en zei tegen hem: Zo zegt de HEERE: Regel de zaken van uw huis, want u zult sterven en niet leven. (2 Koningen 20:1). Zodra Hizkia deze woorden hoort, barst hij in tranen uit. Hij smeekt de Here om hem te genezen. Nog voordat Jesaja de middelste voorhof is overgestoken krijgt hij de boodschap van God om terug te keren en Hizkia te vertellen dat er nog vijftien jaar aan zijn leven zullen worden toegevoegd. Beide mannen hadden te horen gekregen dat ze zouden sterven; beiden baden vurig om genade. Het gebed van de één wordt niet verhoord, van de ander wel. Is dat niet een illustratie van wat God tegen Mozes had gezegd: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben. (Romeinen 9:15b). ×
SERVICE
Contact
 
Vragen