€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

De kroniek van Adriaan

1884 - 1974

Ad Feller • Boek • paperback

  • Samenvatting
    Korte samenvatting:

    ‘De Kroniek van Adriaan’ beschrijft het leven van Adrianus Wilhelmus Versteijne geboren op 6 mei 1884 in Oisterwijk, in een welgesteld gezin als tweede van tien kinderen. Opgegroeid in het katholieke Brabant ontworstelt hij zich geleidelijk aan zijn dominante vader en de druk van de Katholieke Kerk op de leden van het gezin. Hij vertrekt in 1910 naar Amsterdam waar hij Nellie Bosma leert kennen. Uit hun huwelijk worden vijf kinderen geboren. Aangezien hij door een faillissement van zijn vader zijn opleiding niet kon afmaken werkt hij overdag als timmerman, terwijl hij in de avonduren bouwkunde en boekhouden studeert.
    Na WO1 richt hij samen met anderen een bouw-coöperatie op, om tijdens het interbellum met een compagnon vervolgens een eigen bouwonderneming te gaan beginnen.
    In WO2 zijn de eerste jaren in verhouding vrij rustig totdat in 1943 hun jongste zoon, Piet, door de Duitsers wordt opgepakt. Het weerhoudt Adriaan er niet van om door te gaan met het distribueren van valse persoonsbewijzen. Begin 1945 wordt Piet opnieuw opgepakt en als dwangarbeider per trein naar Duitsland afgevoerd. Na enkele maanden weet hij samen met een maat te ontsnappen, waarna hij via een onderduikadres in Oost-Nederland, na de bevrijding, weer thuiskomt.
    In de jaren vijftig en zestig gaat Adriaan gewoon verder met bouwen. Helaas moet hun eigen gebouwde huis in Amsterdam-Noord afgebroken worden, want daar is het tracé van de nieuwe IJtunnel gepland.
    De laatste jaren brengen zij door in een appartement in Tuindorp Oostzaan, waar Nellie begin jaren zeventig een beroerte krijgt en deels verlamd raakt. In november 1974 komt Adriaan door een val in de garage in het ziekenhuis terecht, waarna een nieuwe fase van onzekerheid en voortschrijdend inzicht aanbreekt, waarin hij antwoord hoopt te krijgen op nog enkele onbeantwoorde vragen en welke periode uiteindelijk culmineert in zijn laatste daad van onafhankelijkheid.
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 145mm x 210mm
    Aantal pagina's : 678
    Uitgeverij : Ad Feller
    ISBN : 9789463455145
    Datum publicatie : 11-2018
  • Inhoudsopgave
    Hoofdstukken 1 t/m 115
    Naschrift
    Dramatis Personae
    Bronvermelding
    Bijlagen: 6 originele reisverslagen uit de jaren 1930 t/m 1952, o.a. naar Parijs, Berlijn, de Harz, Luxemburg en de Ardennen.

    Het boek is door mij in eigen beheer uitgegeven via deze website.

    NB. Links op deze pagina, onder het omslag, kunt u enkele fragmenten lezen uit verschillende tijdvakken;

    En uiteraard heb ik ook een Verantwoording geschreven:

    De scheiding tussen fictie en non-fictie is in het boek niet makkelijk aan te geven. Alle namen van gezins- en familieleden, van vrienden, kennissen en collega’s, zijn op een enkele uitzondering na, authentiek.
    Dit geldt ook voor de jaartallen, de data, de woonadressen, de bouwprojecten en –bedrijven, de verenigingen zoals de Vrijdenkers en de gebeurtenissen in binnen- en buitenland.
    In het begin heb ik mij voornamelijk gebaseerd op de vele aantekeningen van Piet, de jongste zoon, die in de jaren tachtig heel veel onderzoek heeft gedaan naar de familiegeschiedenis en daartoe vele gesprekken heeft gevoerd met zijn broers en zusters en ook met de, toen nog in leven zijnde, broers en zusters van Adriaan en Nellie. Waarbij veel leuke, maar voor sommigen ook minder plezierige, feiten aan het licht kwamen.
    Ik ben evenwel zo vrij geweest de meeste informatie te gebruiken. Bijna alle personen, die voorkomen in het boek, zijn inmiddels overleden.

    Om de aangedragen gegevens over het buitengewone boeiende leven van Adriaan alleen chronologisch op te schrijven, dat zou slechts een dorre opsomming van feiten opleveren.
    Teneinde dit te voorkomen heb ik mijn grotendeels fictieve verhaal over Adriaan en Nellie door de waargebeurde feiten heen gevlochten, heb ik dialogen geschreven en situaties beschreven alsof ze op deze wijze gebeurd zouden kunnen zijn.
    Steeds met in het achterhoofd dat mijn verhaal geen geweld moest doen aan de historische context.

    Duidelijk is evenwel dat ik mijzelf niet heb weggecijferd. Aangezien het in de jaren vijftig en zestig niet gebruikelijk was om als kleinzoon diepgaande gesprekken te voeren met je grootvader, de kloof tussen de generaties was nog erg groot, heb ik in het karakter van Adriaan hoogstwaarschijnlijk veel van mijzelf gelegd.
    Uit zijn levensloop blijkt dat hij avontuurlijk, eigengereid en zelfbewust was en ik weet bijna zeker dat ik deze stukjes DNA van hem heb meegekregen.
    Het schrijven van deze familiekroniek heb ik als bijzonder inspirerend ervaren. Ruim vier jaar ben ik ermee bezig geweest.
    Uiteraard had ik regelmatig een klankbord nodig, waarvoor mijn lieve vrouw Gea gelukkig steeds bereid was om als zodanig te functioneren. Nadat de eerste versie klaar was heb ik het door twee dames uit mijn directe omgeving, Barbara Rooimans en Petra Kuyt, laten beoordelen, waarna ik in vervolg op hun inhoudelijke op- en aanmerkingen onverdroten aan de volgende versie ben begonnen.

    Ik denk dat het boek een mooie inkijk geeft in het leven van een interessante man en zijn familie op het onrustige snijvlak van de 19e en de 20e eeuw, tijdens het interbellum tussen de beide wereldoorlogen en de jaren van de wederopbouw.

    Op de mogelijke vraag hoe erg het is dat een boek zich niet beperkt tot historische feiten of daar vrijelijk elementen aan toevoegt, kan het antwoord alleen maar luiden: dat is niet erg, dat is het volste recht van een schrijver. Een roman is geen proefschrift. Een artistiek werk creëert zijn eigen werkelijkheid door de ‘suggestie’ van authenticiteit.

    “Wanneer je schrijft, doe je eigenlijk niets anders dan het volgen van een ritme. Er komt een eerste zin bij je op, die vervolgens de toon zet voor de rest van het verhaal.”
    Kamel Daoud, Algerijns schrijver en journalist.

    Ad Feller
  • Reviews (8 uit 3 reviews)

    25-09-2019
    Details markeren een tijd en stijl
    De schrijver vertelt zijn verhaal via de hoofdpersoon Adriaan en neemt je mee op reis in een familiegeschiedenis waarin fictie en non-fictie door elkaar heen lopen. De Familieroman is dagboeksgewijs geschreven en speelt zich af rondom het begin van de vorige eeuw. Een stukje historie aan de hand van personen, gebouwen, dagboeken en foto’s. De details markeren een tijd en een stijl. De schrijfstijl is klassiek met een vleugje oud Nederlands en laat je het verleden van de stad Amsterdam horen, zien en ruiken. Een beeldend verhaal en boeiend voor wie van de stad Amsterdam houdt.

       Helder en nauwkeurig verhaal
       Leest makkelijk
       Hoofdstuktitel verklapt de inhoud

    Geplaatst door , leeftijd 30-39
    Waardeert het boek met een 8 uit 10


    07-09-2019
    Goed beeld van de vorige eeuw
    Een spannend verhaal over Adriaan waarin de lezer mee wordt genomen in het leven, de avonturen en de overpeinzingen van de personages. De lezer krijgt een goed beeld van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Interessant als je meer wil weten over die tijd, over het leven in Amsterdam en het leven in de oorlog. Erg knap hoe de auteur feiten en fictie combineert.

       Feiten en fictie mooi gecombineerd
       Helder beeld van de tijdgeest
       Ietwat ouderwets taalgebruik

    Geplaatst door , leeftijd 30-39
    Waardeert het boek met een 8 uit 10


    10-05-2019
    Past nauwkeurig in de tijdsgeest
    De Kroniek van Adriaan is een boek dat je gerust meerdere keren kunt lezen. Het is knap hoe de auteur alle gebeurtenissen, die voor het grootste gedeelte plaatsvinden in de eerste helft van de vorige eeuw, uiterst nauwkeurig, maar ook echt in die tijdsgeest heeft weten te plaatsen. De schrijfstijl is wat ouderwets, door het gebruik van lange zinnen en oud taalgebruik, maar daar wen je snel aan en eigenlijk past dat ook wel erg goed bij de periode die het boek beschrijft. Door de uiterst nauwkeurige weergave van die tijd zullen er elke keer nieuwe zaken opvallen en blijven hangen. Al met al, een boek wat prettig leest.

       Uiterst nauwkeurig
       Voor herhaling vatbaar
       Ouderwetse schrijfstijl
       Erg lange zinnen

    Geplaatst door uit Castricum , leeftijd 40-49
    Waardeert het boek met een 8 uit 10

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Enkele fragmenten uit verschillende tijdvakken:

Hoofdstuk 3: Aankomst in Amsterdam voorjaar 1910

Op het moment dat ik op het Centraal Station in Amsterdam uit de trein stapte, na een lange reis en met verschillende keren overstappen – de dikke witte stoomwolken van de puffende trein hingen zwaar onder de perronkap – overviel mij een bevrijdend gevoel. Aangekomen in de grote stad, weg uit die benauwde omgeving, of het nou Apeldoorn was of mijn eigen dorp Oisterwijk, weg was ik. Een ongelofelijke opluchting.
Enerzijds was ik erg benieuwd naar mijn nieuwe toekomst, hooguit misschien een beetje bevreesd voor het onbekende in die grote, rumoerige stad. Anderzijds was ik blij weg te zijn bij mijn familie: een dominante vader, mijn vele broers en zusjes, van wie ik de op één na oudste was, maar ook weg bij die vrouw met wie vader getrouwd was, na het overlijden van ons moeder enkele jaren geleden en die zich slechts bezighield met de ontvangst van haar vriendinnen en het spelen van de “grande madame”.

Nadat mij was uitgelegd hoe verder te lopen naar de Marnixstraat, bedankte ik de man, die mij de juiste richting had gewezen en vervolgde mijn weg tussen al het volk in de smalle straten door. Ondertussen mijn plunjezak regelmatig van de linker- op de rechterschouder overnemend, dat ding werd toch zwaarder naarmate ik langer liep.
Maar ach, een sterke jonge timmerman van net zesentwintig jaar moest dat toch makkelijk aankunnen. Ik werkte al jaren als timmerman, maar had ook regelmatig in Oisterwijk in de bouw gewerkt, als opper bakstenen naar boven gesjouwd, waarbij ik zo moe werd dat ik ’s avonds na thuiskomst vlak na het eten uitgeteld mijn bed in tuimelde. Om de volgende dag toch weer vrolijk op tijd op te staan. Nee, met mijn conditie was niets mis.

Hoofdstuk 31: 1917 Het aardappeloproer.

Op straat voor de winkel hoorde Nellie mensen schreeuwen, zowel mannen- als vrouwenstemmen. En het bonkende geluid van hard rennende voeten. Ze schrok ervan.
Zij was ruim zeven maanden in verwachting, eind augustus zou ze uitgerekend zijn volgens de vroedvrouw, en zij liep moeizaam naar de voordeur van de winkel.
Vanaf de noordkant van de straat, uit de richting van het Haarlemmerplein, kwamen mensen aanrennen, sommige mannen met bebloede koppen en met een verwilderde blik in hun ogen. Voor zover Nellie het op kon maken uit hun geschreeuwde kreten was er op het Haarlemmerplein een veldslag aan de gang.
Eén van de buurmannen, die vaak bij hen in de slijterij kwam voor een maatje oude klare, stopte lang genoeg om haar in korte bewoordingen, tussen het hijgen door, te vertellen wat er aan de hand was. De milities hadden het vuur geopend op een grote menigte mensen, arbeiders zowel als volksvrouwen, die daar aanvankelijk vreedzaam tegen de voedseltekorten van de afgelopen maanden gedemonstreerd hadden.
De politiemannen, die eerst waren gekomen, durfden niet tegen de mensen op te treden, hun gezichten waren te bekend bij de demonstranten. Maar de militie was samengesteld uit boerenjongens van ergens ver weg, uit het oosten of het noorden van het land. En die pummels hadden geen enkele moeite met hard optreden.
Het enige waar Nellie bij het horen van deze vreselijke berichten aan dacht was, waar is Adriaan? De buurman wist het niet, hij had hem niet gezien. Nellie dwong zichzelf om kalm te blijven, zo kalm als enigszins mogelijk. Zij moest ook om haar ongeboren kind denken.

Hoofdstuk 72: Piet is weer opgepakt

Op maandag 15 februari 1945, ik zou die dag mijn hele leven niet meer vergeten, stonden wij langs de Leeuwarderweg, samen met tientallen anderen - het slechte nieuws had zich razendsnel verspreid - toen de sinistere optocht aankwam. Piet liep, zagen wij, samen met Cor Voorn in de tweede rij.
Nadat zij vlak bij ons waren deed Nellie een stap naar voren om Piet de tas met het brood, dat zij nog snel uit de trommel had gegrist, aan te reiken, maar voordat zij dat kon doen, liep een van de Duitsers, die de groep begeleidde, op haar af en sloeg de tas uit haar handen.
Terwijl hij haar opzij duwde, schreeuwde hij: "Durchlaufen, du Schweinhunde, nicht halten, verdammt noch mal, weitergehen sag ich ihn doch." En hij duwde met de kolf van zijn geweer hardhandig tegen de ruggen en armen van de ongelukkige jongens en mannen. Hierop zagen wij hen in de richting van de Meeuwenlaan verdwijnen en bleven wij achter langs de kant van de weg, compleet verslagen.

Donderdag 28 november 1974: Opname in het ZAN-ziekenhuis:

Het volgende uur wordt mij langzaam duidelijk wat er is gebeurd. Ik lig in het ZAN en ben hier gistermiddag binnengebracht. Omdat ik in de garage gevallen schijn te zijn. Hoe en wat er gebeurd is, snap ik nog niet echt, maar dat zal zo wel duidelijk worden. Straks komt er een dokter om met mij te praten.
Voorlopig is de conclusie dat ik in mijn oude lijf niets gebroken schijn te hebben. Dat mag dan wel een wonder heten.
‘Verder is het is nog te vroeg,’ zegt de dokter die even later binnenkomt, ‘om te constateren of u een hersenschudding heeft. Voorlopig moet u zoveel mogelijk plat blijven liggen. De symptomen wijzen er in eerste instantie niet op. U bent niet misselijk heb ik van de hoofdzuster begrepen, wellicht valt het allemaal mee.’
In het kort vertelt hij mij ook wat er gisteren gebeurd is. Ik was gevallen in de garage en tegen de auto aan geknald. Een buurman had alles gezien, de garagedeur had opengestaan en hij had direct een ambulance gebeld.
Wanneer de dokter weg is, hij zei dat hij later nog een keertje bij mij langs zou komen, probeer ik mij te bedenken wat ik nu in hemelsnaam in de garage moest zoeken. Moest ik iets pakken voor Nellie? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik weet alleen dat ik veel pijn heb. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen