€ 17,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Op Scandinaviëtoer met Kabou de tuinkabouter

Een voorleesboek voor peuters en kleuters, leesboek voor kinderen tot 7/9 jaar

Rd Shcirlo • Boek • hardback

  • Samenvatting
    Dit verhaal gaat over een tuinkabouter, die van Flipje en zijn vader een plaats in de tuin heeft gekregen.
    In deel 1, het avontuur van Kabou de tuinkabouter, wordt hij door Vliegester tot leven gewekt. Hierdoor kan hij zich ’s nachts bewegen. Hij wordt in de tuin vriendjes met verschillende dieren.
    Na het 1e deel, waarin Kabou een visavontuur beleeft, is hij in deel 2 met zijn dierenvrienden op schattenjacht geweest.
    In deel 3 kunnen Kabou en zijn vrienden een weekend uit de tuin ontsnappen, naar een dierentuin.
    In dit deel 4 gaan zij op bezoek bij vriend Jens uit Denemarken. Doordat zij in een vrachtwagen kunnen mee rijden wordt dit mogelijk gemaakt.
    Uiteraard maken Kabou en zijn vrienden tijdens deze reis weer het nodige mee. Zij leren wat een zeemeermin is en komen in het bekende Tivolipark terecht, waar Kabou ook weer in de meest vreemde situaties belandt.
    Zullen zij van deze reis weer weten terug te komen?
  • Productinformatie
    Binding : Hardback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 145mm x 210mm
    Aantal pagina's : 100
    Uitgeverij : REO
    ISBN : 9789464063561
    Datum publicatie : 12-2020
  • Inhoudsopgave
    Ver 11
    Flipje 13
    Idee 15
    Horatio 17
    Uitstapje 21
    Kobus 27
    Oje 29
    Vroem 33
    Bespreking 35
    Vliegester 37
    Halte 41
    Sterresnoepjes 45
    Haven 47
    Boot 49
    Lolland 55
    Torvehallerne 57
    Eetfestijn 61
    Sprookje 63
    Zeemeermin 67
    Tivoli 71
    Draaimolen 75
    Gelukt 79
    UmpeDumpe 81
    Lego 85
    Legowinkel 89
    Station 91
    Opgesloten 95
    Terug 97









  • Reviews (0 uit 0 reviews)
    Wil je meer weten over hoe reviews worden verzameld? Lees onze uitleg hier.

€ 17,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar



3-4 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Ver
‘Is het nog ver?’
Een zeurderig stemmetje kwam uit de hoek vandaan. Kabou en Woel keken elkaar aan en knikten naar Kjeld. Geef jij maar antwoord leken ze te willen zeggen.
‘Hoe ver is het nou nog, ik zit hier zowat klem!’
‘Nou Kobus, niet zo zeuren,’ antwoordde Kjeld.
‘Ja maar, ik zit niet prettig en we rijden al zo lang.’
‘Je wilde toch graag mee? Dan moet je er ook wat voor over hebben. Als je niet prettig zit, kom je maar bij ons zitten.’
‘Ja maar, ja maar, dan ziet hij mij misschien.’
‘Welnee, als de vroem stopt, hebben we tijd genoeg om ons te verstoppen.’
‘Maar is het nou nog ver, jij bent meerdere keren mee geweest?’ zeurde Kobus door.
‘Het is nog ver, als je dat wilt weten, maar vorige keer stopte hij een keer bij een restaurant. Als dat weer zo is, dan hebben we tijd om even te kunnen lopen.’
‘Pfff, nou ik hoop het maar, dan kan ik mijzelf uit de knoop halen.’
‘Nou Kobus, ophouden met zeuren nu,’ sprak nu ook Klaas. ‘Je wacht maar even af, wanneer we stoppen en kunnen lopen.’
Pshhhh, Toeeet, phieeep, pshhhh, deed de vroem.
Bonk, met een schok stonden ze stil.
‘Vlug,’ zei Kjeld. ‘Snel hier onder het zeil de kist in en weer tussen de aardappelen.’
Achter elkaar doken ze onder het zeil en verstopten ze zich tussen de aardappelen. Kjeld was als laatste net onder het zeil verdwenen toen het achterzeil openklapte.
‘Pak die blauwe en gele doos maar met bananen en paprika’s. Dat kistje tomaten daar kan je ook meenemen,’ hoorden ze. ‘Dat kunnen ze hier in de keuken goed gebruiken. Kom, dan gaan we een bakkie doen en eten we gelijk wat. Laat het zeil maar los hangen, kan de lege kist er straks zo weer in.’
Ze hoorden voetstappen weglopen.
‘Zo, dat was de chauffeur met Dirk de zoon van de boer. Ik hoopte al dat ze hier zouden stoppen. Laten we er even uit gaan en de beentjes strekken, dan kan ook Kobus zijn rug weer rechten,’ zei Kjeld met een lachend gezicht.

Idee

Eek, Klaas en Kjeld zaten met Merel in de tuin te wachten totdat Kabou weer kon gaan bewegen.
‘Hé, hé, daar komt ie,’ sprong Eek op.
‘Hoi, goeiendag, hier ben ik,’ groette Kabou. ‘Tja, ik moet wel wachten tot het snoepje van Vliegester is uitgewerkt. Maar goed, dat is nu het geval. Ik zie Kobus al springen, laten we bij zijn hok gaan zitten. Is Woel er ook?’
‘Hier ben ik,’ antwoordde Woel, terwijl hij aan kwam lopen. Hij nam gelijk het woord.
‘Jullie hebben inmiddels allemaal begrepen dat Flipje en zijn familie op vakantie gaan. We hebben dus een flink aantal dagen om wat te organiseren. Willen jullie dat?’
‘Ja , ja, natuurlijk, gaan we gelijk weg? Waar gaan we naar toe? Hoe lang gaan we weg en hoe gaan we weg?’
Ze riepen allemaal door elkaar heen en Kobus had het hoogste woord.
‘Lekker weer uit mijn hok en lopen in de vrije natuur. Met heerlijke verse blaadjes en grasjes.’
‘Ja, Kobus, dat weten we nu wel,’ kapte Woel Kobus af. ‘Wie heeft er nu een goed idee?’
‘Kunnen we naar een speeltuin gaan dan?’ opperde Kobus. ‘Flipje had het daar wel eens over.’
‘Hmm,’ deed Woel bedachtzaam. ‘Daar zullen wel een heleboel kinderen zijn in deze vakantietijd. Lijkt mij niet zo raadzaam.’
‘Ja, net als de dierentuin, maar daar zijn we al geweest.’
‘Daar schieten we ook niet veel mee op,’ bromde Woel.
Het bleef even stil. De vrienden keken elkaar aan, maar een idee bleef achterwege.
‘Met die tractor op weg naar de dierentuin was wel leuk,’ zei Klaas opeens. ‘Kunnen we niet met de paard en wagen van de boerderij een ritje maken?’
‘De boerderij,’ riep Kjeld enthousiast. ‘Ik heb het! De vroem, ja, ja, de vroem!’ juichte hij.
‘Wat nou de vroem,’ verbaasde Woel zich. ‘Wat wil je met de vrachtwagen?’
‘Nou, gewoon. Die rijdt om de paar dagen naar het land van Jens om daar groenten en aardappelen te brengen. Dan gaan we toch mee rijden om Jens, de Deense muis, te bezoeken? Er is tijd genoeg voor.’
‘Een puik idee,’ vond nu ook Kabou. ‘Het lijkt me geweldig om zelfs een ander land te bezoeken. Hoe gaan we dat aanpakken?’
‘Laten we eerst naar de boerderij gaan en dan kijken wanneer de vroem gaat rijden. We hebben tijd genoeg nu,’ opperde Kjeld.
’Oké dan, eerst Prikkie vertellen dat we weer weggaan en haar gedag zeggen. Onze vriendin de kip zal het niet prettig vinden,’ zei Kabou.
‘Merel, kijk jij of de kust veilig is, dan gaan we naar de boerderij.’
‘Doe ik,’ zei Merel en ze vloog naar de straat. ×
SERVICE
Contact
 
Vragen