Wij werken op volle kracht, er is geen vertraging in productie en levering door het Coronavirus. Meer informatie via deze link.

€ 19,95

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Meer van deze auteur

  • Cover ZuZu
    ZuZu (boek)
  • Cover De Laatste Dag van de Struisvogel
    De Laatste Dag van de Struisvogel (boek)

Project Eva

Ze vindt dat je te veel macht hebt en wil je breken...

Judy Lohman • Boek • paperback

  • Samenvatting
    “Project Eva’ is een spannende, semi-autobiografische roman over intriges en machtsmisbruik in het bedrijfsleven. Eva Berger heeft het energiebedrijf Synlec uit de rode cijfers gehaald en omgevormd tot een gezonde onderneming. Ze heeft alle reden de toekomst vol vertrouwen tegemoet te zien. Dan wordt Mineta Dusa aangesteld als nieuwe bestuursvoorzitter. Vanaf dag één lijkt deze vrouw maar één doel voor ogen te hebben: Eva het werken onmogelijk maken. Alles wat Eva doet of zegt, wordt verdraaid en tegen haar gebruikt. Plotseling staat haar hele leven op losse schroeven - niet alleen haar succesvolle carrière, maar ook de loyaliteit van haar medewerkers en medebestuurders. Als ook haar huwelijk onder druk komt te staan en zij haar huis dreigt te verliezen, knapt er iets in Eva. Ze weigert zich neer te leggen bij zoveel onrecht. Maar zal ze het redden?
  • Productinformatie
    Binding : Paperback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 148mm x 210mm
    Aantal pagina's : 438
    Uitgeverij : Logion
    ISBN : 9789490860165
    Datum publicatie : 03-2020
  • Inhoudsopgave
    niet beschikbaar
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 19,95

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

Hoofdstuk 1.

'Het is toch te gek,' mompelt Eva gespannen als ze naar haar kledingkast loopt. Zoals gebruikelijk loopt ze te gehaast: ze struikelt, uit een verwensing en kan zich nog net staande houden aan de kastdeur. Ze voelt zich klam en onrustig na de woelige nacht, waarin ze de komende dag al diverse keren heeft meegemaakt. Ze wilde maar dat hij voorbij was, dat ze er nooit aan was begonnen.
Hou je verdorie toch rustig, houdt ze zichzelf voor. Ze dringt met moeite de malende gedachten terug, schuift koortsachtig haar kleding heen en weer, en kiest tenslotte voor een gebroken wit, linnen mantelpakje. Met haar ogen dicht ruikt ze aan het pakje. Een vage parfumgeur uit het verleden komt haar tegemoet. Ze schokschoudert; het is een tijd geleden dat ze dit gedragen heeft.
‘Dat ik zelfs híerbij nog met haar rekening moet houden,’ denkt ze verontrust, en ze legt het pakje op haar bed, voordat ze op zoek gaat naar bijpassende schoenen.
Uit de aangrenzende badkamer klinkt het geluid van klaterend, stromend water, gevolgd door de gebruikelijke kreet van ontzetting. Ze stopt met zoeken, lacht en roept richting badkamer: 'En? Hoe koud is het vandaag?'
'Noordpool deze keer.’
‘Zelfs te koud voor een pinguïn?'
‘Zuidpool,’ roept Paul.
‘Wat?’
Paul, haar man, loopt zich afdrogend de slaapkamer binnen. Hij is een vijftiger, lang, donkerharig met een zweem van grijs, en op zijn kruin schemert de hoofdhuid door zijn haar.
‘Pinguïns leven op de Zuidpool, niet op de Noordpool’ zegt Paul bedachtzaam.
Hij loopt naar het bed en staat peinzend stil bij het witte mantelpakje. Voorzichtig, zachtjes, prevelt hij de woorden alsof hij per ongeluk zijn gedachten hardop zegt: 'Oh nee, dát zou ik niet doen.'
Hoe zacht de woorden ook worden uitgesproken, ze steken. Eva draait zich snel om, met twee verschillende schoenen in haar handen.
'Waarom niet? Geef mij eens één goede reden om het niet te doen. Dit is míjn dag, en een dag waar ik naar toe heb geleefd, of tenminste, waar ik nu niet meer onderuit kan.'
Haar stem trilt per woord een octaaf hoger en haar knokkels zijn wit alsof ze de schoenen door de slaapkamer wil gooien. De ongerustheid tekent haar gezicht. De lijnen op haar voorhoofd zijn dieper dan anders, en haar gezicht bleker. Ze kijkt naar haar rechterhand, zucht en mikt één van de twee schoenen terug in de kast. Met haar vrije hand strijkt ze haar korte, warrige blonde haar met een beslist gebaar naar achteren, alsof de discussie hiermee wat haar betreft gesloten is. Voor Paul niet. Hij probeert haar tot inkeer te brengen.
'Niet doen Eva, ze zal het opvatten als een provocatie.'
Eva snuift en vat haar ergernis van de afgelopen twee maanden samen: 'Alles wat ik doe of zeg vindt zij bedreigend of maakt haar gek van jaloezie. Ik kan net zo goed in een jutezak gaan lopen.
'Eva, hou op. Je bent voor haar gewaarschuwd en jullie ontmoeting was op zijn zachtst gezegd alarmerend. Het kan je je baan kosten.'
'Daar geloof ik niets van. Als iemand op de verkeerde post zit, is zij het wel,' zegt Eva beslister dan ze zich voelt en loopt naar het bed terug. Daar struikelt ze over het half opgerolde kleed.
‘Verdorie, wanneer komt die Léon nu eindelijk?’ foetert Eva retorisch.
Léon is de timmerman die al weken geleden zou komen om een aantal vloerdelen te vervangen. Elke ochtend herhaalt zich hetzelfde ritueel: een struikelende, mopperende Eva, en een Paul die zich voorneemt weer eens te bellen.
Paul zet zijn bril op, stapt als een reiger over het opgerolde kleed en waagt nog een laatste poging:
'Eva, het is beter als je je vandaag kleedt alsof je de Wachttoren gaat slijten.
'Kun je haar geen slaappillen geven, of nog iets beters, in plaats van bètablokkers?' zegt ze, terwijl ze naar haar crosstrainer loopt en een korte snijdende beweging over haar hals maakt.
'De volgende keer dat ze in mijn apotheek komt zal ik eraan denken.'
De crosstrainer staat in de hoek van de slaapkamer. Automatisch doet Eva de zachtgele luxaflex open. Nog in haar lange, vochtige, zwarte slaapshirt, met een afbeelding van Planet Earth, stelt ze het apparaat op vijftien minuten in, zet de wekkerradio harder en gaat aan de slag. Ze hoopt dat ze de aankondiging van het evenement van vandaag hoort. Haar armen maaien ritmisch van voor naar achteren, terwijl haar benen schijnbaar onafhankelijk van haar lichaam, een eigen, zwaarder circuit doorlopen.
Net zo zwaar als het kennismakingsgesprek met haar nieuwe voorzitter. Zou Dusa die dag misschien zenuwachtig zijn geweest, vraagt Eva zich nu, trappend op haar crosstrainer af. Zou ze misschien hebben opgezien tegen de ontmoeting en daarom drie keer de afspraak door haar secretaresse hebben laten verzetten? Was het achteraf gezien niet beter geweest om gewoon af te wachten en niet op eigen initiatief een afspraak te maken? Of zou dat ook als provocerend zijn ervaren? Waarschijnlijk wel. Het gesprek maalt nog steeds door haar hoofd. Al weken. Wat heeft ze toch verkeerd gedaan? Nou ja, dát weet ze wel. Ze herinnert zich die eerste ontmoeting nog als de dag van gisteren.

Ze had vier weken, drie dagen en anderhalf uur moeten wachten, voordat ze eindelijk binnen mocht komen. De blauwe, prikkelende walm van sigarettenrook verwelkomde haar. Dusa zat onderuitgezakt in een fauteuil en blies ongegeneerd de rook in haar richting, maar zei niets. Ze bleef zitten; haar buik, verpakt in een strak rood T-shirt, bolde over haar gebleekte spijkerbroek.
Met uitgestrekte hand was Eva op haar afgelopen. Haar voorzitter beantwoordde de groet met zichtbare tegenzin, zonder op te staan.
'Goedemorgen, mijn naam is Eva Berger; ik ben hier om kennis met u te maken en u over Synlec te informeren.'
'Dat had ik van mijn secretaresse begrepen,' klonk het kortaf.
Eva schrok van de onmiskenbare haat in haar kleine bruine ogen, die door de dikke brillenglazen priemden, Eva filerend. Wat bezielde deze vrouw? Ze hadden elkaar toch nog nooit eerder gezien? Wat had Eva verkeerd gedaan om haar op dat moment al zo vijandig te stemmen? Eva aarzelde een moment: 'Eh, zal ik hier gaan zitten?' en ze wees naar de andere fauteuil.
Dusa haalde met een onverschillige ruk haar schouders op. 'Oh, dat kan, u mag ook blijven staan.'
Eva twijfelde en besloot uiteindelijk toch maar op de lege fauteuil plaats te nemen.
Haar voorzitter drukte geïrriteerd de sigaret uit en pakte haar koffiekopje. Ze nam een slok, en nog één, hiermee de geladen stilte verbrekend. Eva kreeg niets aangeboden, onwillekeurig slikte ze.
Ik had toch moeilijk om koffie kunnen vrágen, bedacht ze nu, bozig op de crosstrainer trappend.

Met haar vorige voorzitter, de wethouder van Economische Zaken, had ze meer dan vijf jaar een prima samenwerkingsrelatie gehad. Plotseling was hij lid van Gedeputeerde Staten geworden, en had Eva uit de krant moeten vernemen dat hij door een onbekende mevrouw was opgevolgd. Iemand zonder enige werk- of bestuurservaring, die door haar functie als wethouder automatisch ook de nieuwe voorzitter werd van Eva’s bedrijf Synlec. Vijf jaren van prima samenwerking werden verpulverd door de carrièrestap van haar vorige voorzitter, of dat nu goed was voor het energiebedrijf of niet. Ze zou weer helemaal opnieuw moeten beginnen met het opbouwen van een samenwerkingsrelatie.

Dusa deed lang over haar koffie en bleef Eva aanstaren. Eva op haar beurt testte met een glimlach het harnas tegenover haar. Tevergeefs. Haar voorzitter bleef halsstarrig zwijgen als een verongelijkt kind, belust op revanche. Wat bezielde deze vrouw? Wat een absurde situatie.
Uit haar tenen voelde ze de kriebellach omhoog komen. Altijd als Eva zenuwachtig werd, ging ze giechelen en als het helemaal erg werd, verzandde ze in een hysterische lachbui. Het was een storende eigenschap, dat vond ze zelf ook. Maar ze had er altijd al last van gehad; vanaf de kleuterschool tot nu, op haar vijftigste. En de eigenschap was in de loop van de jaren sterker geworden. Je zou met de jaren toch rijper en wijzer moeten worden, in plaats van je te verliezen in onzekerheid en schoolmeisjesgegiechel. Het ergste was dat ze niet alleen in giechelen uitbarstte of een lachbui kreeg, maar er soms ook dingen uitflapte waar ze later spijt van kreeg. Eva voelde haar mondhoeken trillen. Hou je in, dacht ze, niet lachen. Dit is serieus. Probeer een gespreksonderwerp te vinden, laat haar ontdooien, verzin iets. Met de minuut kreeg Eva het warmer en haar onnatuurlijke glimlach kleefde zich vast op haar gezicht. Ze bezag het tableau vivant in gedachten. Een keurige, opgedirkte mevrouw in een wit linnen mantelpakje, die haar best doet in de smaak te vallen bij een...? Ja, wat voor iemand is die Dusa eigenlijk?
De lach had zich ondertussen omhoog gewerkt naar haar buik. Het rommelde als een naderend onweer. Eva kreeg het nog warmer; ze herkende de signalen van haar lichaam. Dit was de tweede fase van het uiteindelijke verlies van controle over zichzelf.
Ze had het al zo vaak meegemaakt. De ergste keer was tijdens haar auditie geweest; of was het bij haar promotie? Ze schaamt zich nog steeds als ze aan die promotie denkt: ‘Hooggeleerde oppo...eh... oppositie,’ had ze de professor genoemd, die haar de eerste vraag stelde.
‘Hooggeleerde opponent,’ had Paul als haar paranimf onmiddellijk in haar oor gesist.
Het leed was al geschied. De zaal bulderde en overstemde haar eigen nerveuze gehinnik.
Hier zou ze niet gered kunnen worden door de zaal. Onwillekeurig duwde ze haar samengevouwen handen dwingend tegen haar buik; daarna wreef ze nadrukkelijk over haar gezicht om de vastgevroren plooi eruit te halen.
Ze hoefde toch ook niet aardig gevonden te worden. Toe nou, stel je eens wat weerbaarder op, sprak ze zichzelf toe. Je hoeft toch niet bang voor haar te zijn? Ze lijkt toch niet op je moeder? Hoewel, die oogjes?
Tot haar ongerustheid kwamen haar woorden al minder soepel naar buiten, alsof haar lichaam zich opmaakte voor iets anders dan een goed kennismakingsgesprek:
'Eh, het leek mij goed u het een en ander over Synlec te vertellen, aangezien u, eh, in uw nieuwe functie van wethouder qualitate… eh qua, ook de nieuwe voorzitter bent van mijn bedrijf.'
'Kwaliteit wat?' snauwde Dusa geërgerd en ze ging onmiddellijk rechtop zitten. Strijdlustig vroeg ze aan Eva: 'Vraagt u zich soms af of ik wel voldoende kwaliteiten bezit?'
Eva voelde haar lach onmiskenbaar in haar keel opborrelen en haastte zich het misverstand te bezweren. Haar woorden rolden ongecontroleerd naar buiten: 'Nee, natuurlijk niet, u zult denk ik vast wel kwaliteiten hebben. Daar hoop ik tenminste wel op. Het is een Latijnse uitdrukking, het zal wel door mijn gýmopleiding komen.'
'Uw sportopleiding?'
Dit was de druppel.
‘Mijn sportopleiding?’ gierde Eva van de lach. Het was zover, haar zenuwen bevrijdden zich uit hun dwangbuis. Ze rolden in lachgolven naar buiten. Eva probeerde ze te stoppen en sloeg haar hand voor de mond. Het werd alleen maar erger. O nee, hou op, probeerde ze zichzelf in bedwang te houden; tevergeefs. Haar voorzitter ging steeds grimmiger kijken, waardoor Eva alleen maar zenuwachtiger werd. Om het erger te maken, hikte ze diverse keren: ‘Sportopleiding?’ om daarna weer in een onderdrukte lach uit te barsten. Pas toen Dusa aanstalten maakte om op te staan, kon ze er met moeite een hakkelende zin uitpersen. Ze veegde besmuikt haar lachtranen weg. 'Nee, nee, sorry, ik bedoelde mijn middelbare school.'
Haar voorzitter schudde geïrriteerd haar hoofd en zei: 'Beperkt u zich tot gewoon taalgebruik, wilt u? En wilt u nooit meer zeggen dat Synlec uw bedrijf is. Het is niet ‘uw bedrijf’, het is van de gemeente, niet van u.'

Het zweet druppelt gestaag van Eva's rug, vooral door de herinnering aan het venijnige gesprek. Wat heeft ze een spijt van die afspraak. De toon was gezet. Had ze haar mond maar gehouden over dat stomme ‘qualitate qua’ en had ze zichzelf maar in bedwang kunnen houden. Het was zomaar uit haar mond gerold, ze had er niet eens over nagedacht dat het wel eens verkeerd zou kunnen vallen. Of had ze die Dusa op haar nummer moeten zetten? Wat is wijsheid? Kon ze de tijd maar terugdraaien.
Ze trapt en trapt. Het lijkt wel alsof het apparaat zwaarder trapt dan anders. Of krijgt ze gewoon meer moeite met dat ding? Of, nog erger, is ze weer zwaarder geworden? Waarom kan ze zichzelf ook niet beter in bedwang houden? Ze weet het wel, na haar drieënveertigste is haar lichaam zijn eigen koers gaan varen.
Elke vervolgafspraak mislukte en in de wandelgangen werd Eva gewaarschuwd dat Dusa zich laatdunkend over haar uitliet. Dat Eva teveel aandacht trekt en haar voorzitter in de schaduw zet. Vuile praatjes. Hoe kan ze zich daar nu tegen verweren? Wat een niveau. Wordt ze hiermee niet naar beneden getrokken om zich als een straatvechter te gaan gedragen? Ze zou het niet eens kunnen als ze dat al zou willen. Misschien is dat haar probleem, nooit geleerd om zich op het schoolplein te handhaven. Misschien was minder muziek en meer knikkers beter voor haar geweest.
Eva trapt nog woedender op haar crosstrainer, waardoor het zweet in haar ogen druppelt. Met een nerveus gebaar veegt ze het weg.
Haar voorzitter nota bene, iemand die zich altijd achter haar zou moeten opstellen. Zeker op een dag als vandaag. Wat heeft ze zich ook op de hals gehaald. Had ze maar nooit meegedaan. Wiens idee was het eigenlijk? Van Maarten Hovius, haar adjunct? Of Roos, de controller? Of zouden ze het samen met Jean, het hoofd Personeel en Organisatie hebben bedacht? Ze heeft alleen maar meegewerkt om haar bedrijf, pardon voorzitter, Eva trapt nog een paar keer driftig de pedalen in, het gemééntelijk bedrijf, onder de aandacht te brengen. Nu staat zij vandaag in de schijnwerpers en als ze niet oppast, breekt daarna pas echt de hel los.
Was ze er maar nooit aan begonnen. Aan de andere kant, waarom zou zij zich moeten wegcijferen? Al haar prestaties bagatelliseren? Is ze het dan niet waard om gezien te worden, om erkend te worden om haar kwaliteiten? Zal het haar lukken vandaag? Of kan ze er maar beter voor zorgen dat ze verliest? De weg van de minste weerstand kiezen?
De crosstrainer staat strategisch voor het raam opgesteld en ze kijkt naar het huis aan de overkant. Haar overbuurman gaat net de deur uit, raapt de krant op en zwaait naar haar. Enthousiast zwaait ze terug, zoals ze elke ochtend doet. De buurman kijkt vragend naar haar op en brengt een paar keer zijn hand naar zijn mond. Ze knikt, steekt haar duim op en ziet hoe hij in zijn Mercedes stapt en wegrijdt.

Een half uur later draagt Eva een neutraal antracietgrijs mantelpak met een dunne rode streep. De rok komt net iets boven haar knieën. Haar benen, gehuld in bijpassende lichtgrijze nylons, eindigen in donkergrijze suède pumps met een lage spitse hak. Op haar rok draagt ze een crèmekleurige, hooggesloten blouse, met slechts de bovenste twee knoopjes los.
Paul knikt waarderend: 'Twee Wachttorens graag.'
Eva grijnst samenzweerderig waardoor ze haar regelmatige witte tanden ontbloot. Tanden die haar ouders een fortuin hebben gekost en haar jaren van ellende en beugelleed.
Als enige frivoliteit heeft ze zich een zachtroze lange zijden sjaal veroorloofd, een herinnering aan één van hun reizen, naar India. Ze heeft hem achteloos, maar tegelijk met - voor haar bijzonder - veel zorg over haar schouders gedrapeerd. Ze kent zichzelf, hij zal wel weer als een supporterssjaal om haar nek hangen voordat ze de deur uit is.
Haar korte blonde haar heeft ze weer in bedwang gekregen, waardoor de aandacht wordt gevestigd op haar vierkante kin en prominente neus. De neus waarmee ze vroeger veel werd geplaagd met de opmerking: ‘Bij het uitdelen van de neuzen stond jij zeker vooraan.’ Nu is ze best trots op haar grote neus en haar (te) wilskrachtige kin. Die kin van haar vader gaat nu langzaam op en neer, het viergranenbrood gedachteloos vermalend.
Het zonlicht wijst half acht aan. Ieder heeft een deel van de ochtendkrant voor zich. Eva’s blauwe ogen scannen nerveus de pagina's, maar ze kan geen vooraankondiging van het evenement vinden. De radio staat zachtjes afgesteld op de landelijke nieuwszender en vult de keuken met een monotoon murmelend achtergrondgeruis. Verder zijn alleen het geritsel van het omslaan van de pagina's en de hond van de overbuurman te horen.
Zodra ze eindelijk dé aankondiging hoort rent Eva naar het keukenblok, een stoel meeslepend in haar sprint. Per ongeluk draait ze het volume van de radio eerst lager, mompelt binnensmonds de tweede verwensing van vandaag, en zet hem daarna voluit. De stem van de nieuwslezer vult als een opgevoerde stadsomroeper elke hoek van de keuken:
‘…Berger, algemeen directeur van Synlec, zijn de heren Arno Moorman en Martin Polderman van de bedrijven Pressto en Kemgem doorgedrongen tot de finale waarin zij om de eer strijden van de titel van Manager van het Jaar. Elk van hen is voorgedragen door het eigen personeel. De verkiezingsstrijd is een jaar geleden begonnen met driehonderd kandidaten en heeft vijf rondes gekend. Uiteindelijk zijn er drie kandidaten overgebleven waaronder één vrouw. Om vier uur wordt de landelijke winnaar bekend gemaakt door de juryvoorzitter, de minister van Economische Zaken. De winnaar krijgt een cruise voor twee personen in het Caribische gebied aangeboden.'
Eva draait abrupt de knop van de radio om. Alleen het blaffen van Jacky, de hond van de overbuurman, dringt nog steeds gedempt hun keuken binnen.
'Ik hoop niet dat ik win, ze zal des duivels zijn.' Eva loopt langzaam naar Paul toe. Ze gaat bij hem op schoot zitten, hij kreunt even, en streelt langzaam haar rug onder de geruststellende woorden: ‘Maak je nou geen zorgen, ze vindt het vast prachtig voor het bedrijf. Het is toch goed voor Synlec als je wint? Je piekert teveel over haar.’
Een paar minuten lang zit ze te somberen op zijn schoot. Dan wijst ze naar de overkant van de straat, naar het huis van de buurman, staat resoluut op, en zegt: 'Ik hoop dat je gelijk hebt. Help mij vanavond herinneren dat ik Jacky eten geef en haar uitlaat.' ×
SERVICE
Contact
 
Vragen