€ 22,50

ePUB ebook

niet beschikbaar

PDF ebook

niet beschikbaar

Speculum Mentis

Het overzicht van kennis

R.G. Collingwood • Boek • hardback

  • Samenvatting
    R.G Collingwood (1889-1943) wordt wel de bekendste vergeten filosoof genoemd. Als hij niet op 54-jarige leeftijd door herseninfarcten om het leven was gekomen, had de geschiedenis van de Britse filosofie er mogelijk heel anders uitgezien.
    In tegenstelling tot veel landgenoten had Collingwood een benadering die heel dicht bij de ‘continentale’ manier van denken stond, met aandacht voor de ‘impliciete’ waarheid die in het leven te vinden is en die maar met moeite aan het licht gebracht kan worden.

    Speculum Mentis - letterlijk: spiegel van de geest - is een van zijn eerste werken. Hij onderzoekt er de inhoud en onderlinge relaties van kunst, religie, wetenschap, geschiedenis en filosofie, op een soms zeer verhelderende en opwindende wijze.
    Zij vormen geen verschillende gebieden, maar een steeds weer nieuwe zienswijze op het ene gebied dat we werkelijkheid noemen, ieder op hun eigen wijze.

    Kunst verbeeldt het inzicht van de kunstenaar, religie geeft gestalte aan wat we als belangrijke waarheden erva-ren, wetenschap abstraheert tot de wetmatigheden van alles wat bestaat, geschiedenis krijgt de concrete feitelijkheid in zicht en filosofie probeert - zoals in dit vroege werk - dit organisch geheel van kennen en gekende te doorgronden.
  • Productinformatie
    Binding : Hardback
    Distributievorm : Boek (print, druk)
    Formaat : 133mm x 210mm
    Aantal pagina's : 412
    Uitgeverij : Bert Kooter
    ISBN : Niet bekend
    Datum publicatie : 12-2020
  • Inhoudsopgave
    Voorwoord van de vertaler 9
    Woord vooraf 12
    1 Inleiding 20
    2 Speculum Mentis 48
    3 Kunst 70
    1 Kunst als zuivere verbeelding 71
    2 Het kunstwerk 78
    3 Het monade-karakter van kunst 85
    4 Betekenis in kunst 91
    5 Kennis als vraag en antwoord 95
    6 Kunst als een vorm van vergissen 101
    7 De dialectiek van kunst 115
    8 Spel 128
    4 Religie 135
    1 De overgang van kunst naar religie 136
    2 De ontwikkeling van religie 143
    3 Religie en haar object 150
    4 Symbool en betekenis in religie 156
    5 Conventie 171
    6 De taak van religie 177
    7 De overgang van religie naar het denkende leven 187
    5 Wetenschap 196
    1 Het denkende leven 197
    2 Wetenschap als vestiging van het abstracte concept 202
    3 A priori of deductief denken 210
    4 Utilisme of abstracte ethiek 218
    5 Empirische of inductieve wetenschap 226
    6 Wetenschap als hypothese 232
    7 Wetenschap als intuïtieve vorm van denken 242
    8 Begrip en rede 251
    6 Geschiedenis 258
    1 Geschiedenis als de vaststelling van feiten 259
    2 De vooruitgang van geschiedenis 273
    3 De wereld van de feiten als het absolute object 281
    4 Plicht of concrete ethiek 287
    5 Het tekort van de geschiedenis 299
    6 De overgang van geschiedenis naar filosofie 309
    7 Filosofie 318
    1 Filosofie als zelfbewustzijn 319
    2 Realistische of dogmatische filosofie 325
    3 Esthetische filosofie 336
    4 Religieuze filosofie 341
    5 Wetenschappelijke filosofie 350
    6 Historische filosofie 363
    7 De theorie van de vergissingsvormen 371
    8 Filosofie als absolute kennis 376
    9 De absolute geest 384
    10 Absolute ethiek 393
    8 Speculum speculi 396
  • Reviews (0 uit 0 reviews)

€ 22,50

niet beschikbaar

niet beschikbaar

3-5 werkdagen
Veilig betalen Logo
14 dagen bedenktermijn
Delen 

Fragment

1 Inleiding

Alle denken bestaat met het oog op wat we er mee kunnen doen. We proberen onszelf en onze wereld te begrijpen opdat we kunnen leren hoe we moeten leven. Het doel van onze zelfkennis is niet dat verlichte geesten hun eigen mysterieuze aard kunnen aanschouwen, maar het is de steeds vrijere en effectievere zelfverkenning van onze natuur in een energiek, praktisch leven. Als denken niets meer zou zijn dan het ontdekken van interessante feitjes, dan zou het zich hiermee bezighouden in onze wereld, die vol is met verschrikkingen en waarin mensen gebukt gaan onder een te zware last, neerkomen op verraad: de filosoof zou er beter aan doen de hand aan de ploeg te slaan, schoenen te lappen, of dokter, dan wel missionaris te zijn in de sloppenwijken, of zich als proefkonijn te laten besmetten met tropische ziektes.
Deze observatie geldt nog steeds als we zeggen dat de honger naar kennis en waarheid net zo goed deel uitmaakt van de menselijke natuur als het verlangen naar voedsel en kleding. Op die manier zou de filosoof zich kunnen verdedigen door te zeggen dat hij een goed produceert dat noodzakelijk is voor de gezondheid van de mens. Maar hij weet heel goed dat zijn gedachten niet genoteerd staan op de aandelenbeurs. De wereld is eerlijk gezegd niet eens geïnteresseerd. Zijn colleges worden niet bezocht, zijn boeken niet gekocht, behalve dan door zijn studenten. Als het grote publiek zou vragen om filosofie zoals ze vragen om romans en films, dan zouden ze die eenvoudig kunnen krijgen. Maar die vraag is er niet, en het aanbod lekt weg als elektrische stroom in de aarde. De filosoof kan zijn bestaan niet verantwoorden, zoals de romanschrijver dat kan, door te zeggen dat hij voorziet in een universele behoefte.
De filosoof is niet de enige die zijn muziek speelt voor een generatie die niet wil dansen. Religie bevindt zich in dezelfde staat. Ondanks een baaierd aan genootschappen en sekten die hun diensten in zoveel verschillende smaken aanbieden dat er toch voor elk wat te halen moet zijn. Maar we zien overal lege kerken, of kerken die alleen gevuld zijn vanwege een populaire priester of andere bijzaken, niet vanwege religieuze principes die de mensen troost en vrede zouden moeten brengen. Een leven ten dienste van religie is, net als een leven ten dienste van de filosofie, een leven op een lege markt.
En hoewel de verkoop van populaire romans anders doet vermoeden, is ook de kunst in een slechte staat. Duizenden mannen en vrouwen die van hun kunst proberen te leven kunnen dat niet. Niet dat hun werk slecht is, of dat er geen vraag is. De geproduceerde schilderijen, beeldhouwwerken, gedichten en strijkkwartetten blijven onverkocht, maar niet vanwege gebrek aan kwaliteit. De kopers hebben niet eens het vermogen kwaliteit te onderscheiden, mocht je daar aan twijfelen ga dan naar een schilderijententoonstelling en bekijk de schilderijen met een rode stip eens. Ook niet vanwege een te groot aanbod aan kunst: een rijke koper spendeert net zoveel geld aan zijn sigaren als de productie van een veelbelovende jonge schilder waard is. Maar de rijke wil sigaren, geen schilderijen. Hij koopt misschien wel oude meesters, schetsen van Rembrandt, meubels van Sheraton, en antiek Chinees porselein, maar waarom geen modern werk? ‘Omdat de huidige schilders niet zo goed zijn als de oude meesters.’ Misschien is dit waar, maar is dat relevant? Als de jonge Jansen niet zo goed kan schetsen als Rembrandt, waardeert Heer Gulzius Midas met zijn exquise gevoeligheid voor raffinement de esthetische superioriteit van Rembrandt ten opzichte van Jansen dan met het verschil tussen duizend pond en helemaal niets? Iedereen weet dat dit niet zo is, en de discussies over de echtheid van ‘antiquiteiten’ zijn het bewijs dat het de kopers er niet om gaat dat het meesters zijn, maar dat ze oud zijn. De gewildheid van oude meesters is een symptoom van het falen van kunstenaars om hun publiek te bereiken en het falen van het publiek om kunstenaars te waarderen.
Is dit typisch voor onze tijd of is dit altijd al zo geweest? Voor een deel is dit een onvergankelijk en noodzakelijk kenmerk van het menselijk bestaan, maar deels is het ook een speciaal manco van onze tijd. Het is altijd al zo dat de profeten niet in eigen land gewaardeerd worden, dat de grote man, als hij zich toont, eerder veracht dan tot koning gekroond wordt. Dit is onvermijdelijk en het zou ook niet anders moeten zijn. De echt groten hebben geen behoefte aan bewondering, behalve van degenen die zij als hun gelijken achten. Ze bedanken voor de vleierijen van hun tijdgenoten die duidelijk niet in staat zijn hen te beoordelen. Voor gewone mensen bevat grootsheid de geur van gevaar en van verboden gebied, en alle groten hebben dan ook vijanden. Pas na lange tijd worden zij gecanoniseerd en verschijnen zij op de lijst met namen van hen waarop men zich kan beroepen en waarop kritiek niet langer gepast is. Alleen van de doden wordt niets dan goeds gezegd.
×
SERVICE
Contact
 
Vragen